MMS en KANKER
7-11-2007
Deze
teksten en inzichten willen een aanvulling zijn voor de huidige medische wetenschap.
VOLGENS DE NEDERLANDSE GRONDWET MOGEN WIJ ALLEMAAL VRIJE UITING VAN MENING HEBBEN!
Hierna dus onze ervaring met miracle mineral supplement - MMS
en de ervaringen van dr. TullioSimoncini
“Kanker
is een Schimmel“ door Dr. Tullio Simoncini
zie verder
inleiding vooraf
Miracle Mineral Suplement
Een schoonmaakmiddel voor ons immuunsysteem.
Het is belangrijk te weten dat we
hier niet spreken over een geneesmiddel,
maar over een mineraal supplement dat het immuunsysteem extra kracht geeft waardoor
het zelfgenezend vermogen van ons lichaam weer aangesproken kan worden.
In deel 1 (gratis) lezen we het verhaal
we van Jim Humble, hoe hij tot deze ontdekking is gekomen.
http://www.nulpuntenergie.net/gezondheid/MMS-deel1.pdf
Zijn strijd van ongeloof en tegenwerking.
De Nederlandse tekst (samenvatting)
van H, die "toevallig" op dit hulpmiddel geattendeerd werd en er
voor gezorgd heeft dat het nu ook in Nederland oondwer de aandacht wordt gebracht.
http://www.nulpuntenergie.net/gezondheid/MMS-lezing.htm
Ook Adolf Schneider van het blad
NET, schrijft nu ook een uitvoerig bericht over MMS.
http://www.nulpuntenergie.net/MMS-NET.pdf
Natriumchloriet
= NaCl02, is geen geneesmiddel.
Dat het in ons lichaam een schoon makende werking heeft, is ideaal ons immuunsysteem
te ondersteunen.
Het zelfgenezend vermogen van de mens kan zijn "ziektes" te lijf gaan.
Let
op:
Het gebruik ervan is voor Uw eigen verantwoording.
MMS zou ook een prima hulpmiddel kunnen zijn voor de bestrijding van kanker.
“Kanker is een Schimmel“ door Dr. Tullio Simoncini
INHOUD
Oncoloog
Temidden van de complexe hoeveelheid voorstellen die een definitief antwoord
proberen te geven op het probleem kanker, onderscheidt dat van de oncoloog Tullio
Simoncini zich ongetwijfeld vanwege zijn eenvoud en vanwege zijn innovatieve
ideologische vermogen.
Het boek “Kanker is een schimmel” licht toe hoe een schimmelinfectie
altijd de basis vormt voor ongeacht welke neoplastische vorming en dat deze
zich tot in het oneindige probeert te verspreiden binnen in een organisme. De
groei van de schimmelkoloniën, samen met de reactie van de weefsels die
zich proberen te verdedigen tegen de invasie, bepalen de tumor. Deze is dus
slechts een extracellulair verschijnsel.
Er is daarom maar één oorzaak voor kanker: candida, die afhankelijk
van het betrokken anatomische gebied telkens verschillende histologische reacties
opwekt. Dit verklaart waarom er zoveel typen tumoren zijn.
Momenteel is natriumbicarbonaat (in een oplossing van 5% of 8,4%) de enige stof
die in staat is om tumoren volledig te laten verdwijnen en die er dankzij de
grote verspreidbaarheid in slaagt om de schimmelmassa’s binnen in het
organisme uiteen te doen vallen.
Om ervoor te zorgen dat dit een maximaal schadelijke werking ten opzichte van
tumoren heeft, moet het zo veel mogelijk rechtstreeks in contact worden gebracht
met het aangetaste weefsel. Dit is mogelijk door specifieke katheters aan te
brengen in de slagaders die naar de verschillende organen of holtes (pleura,
buikvlies) lopen of door gebruik te maken van de verschillende conventionele
endoscopische methodes.
Daarnaast kunnen er druppelinfusen, klysma’s, irrigaties en infiltraties
worden gebruikt op de verschillende plaatsen waar zich neoplasmata bevinden.
Wanneer natriumbicarbonaat op de juiste wijze wordt toegediend bij niet-terminale
patiënten, kan dit veel soorten tumoren in korte tijd doen afnemen en vaak
in minder dan twee maanden tijd leiden tot genezing.
Daarnaast moet worden benadrukt dat dit een onschuldig en gemakkelijk te gebruiken
middel is dat in vrijwel alle gevallen geen of wat lichte bijwerkingen kan veroorzaken.
Veel patiënten hebben baat gehad bij de behandelmethode van Dr. Simoncini
en zijn genezen ondanks het feit dat ze door de officiële oncologie ongeneeslijk
waren verklaard.
Concluderend betekent het boek van Dr. Simoncini, vanwege zijn innovatieve ideologische
vermogen waarmee een exacte oorzaak van kanker kan worden aangeduid, een duidelijke
breuk met de gehele algemeen aanvaarde oncologische traditie en vormt zo het
enige concrete, alternatief voor de overdaad aan studies, onderzoeken en proefnemingen
die tot op heden, jammer genoeg, niet tot een definitief resultaat hebben geleid.
De successen die de moderne geneeskunde in de laatste honderd jaar heeft geboekt,
zijn van groot belang voor het leven van de mens, omdat er nu instrumenten beschikbaar
zijn die hem kunnen helpen om zich doeltreffend te redden uit de grote zee van
ziekten.
De organisatie van kennis, het bewustzijn op het gebied van openbare hygiëne,
de opleidingen in de gezondheidszorg en het uitgebreide gebruik dat de geneeskunde
maakt van wetenschappelijke ontdekkingen uit andere takken van de wetenschap,
zoals scheikunde en natuurkunde, zijn belangrijke factoren die hebben gezorgd
voor een duidelijke kwalitatieve sprong voorwaarts in vergelijking met de duistere
medische praktijken uit het verleden.
De snelle ontwikkeling van de farmacologie en de ontwikkeling van operatietechnieken
en geraffineerde diagnostische instrumenten vloeien voort uit een groeiende
wetenschappelijke wereld die solide bases heeft geleverd voor het behalen van
resultaten die het gemiddelde gezondheidsniveau van de wereldwijde gemeenschap
enorm hebben verbeterd.
Als een tijdreiziger uit de negentiende eeuw de vooruitgang zou kunnen zien
die in deze tijd is bereikt, zou hij positief verbaasd zijn over de huidige
toestand van de volksgezondheid. Maar dat wat voor eerdere generaties een punt
van aankomst is, kan niet dezelfde betekenis hebben voor iemand die te maken
heeft met de huidige medische problemen.
Met andere woorden: het bereikte gezondheidsniveau, dat nooit stabiel of voorspelbaar
is, moet continu worden verbeterd in de richting van een hogere en meer bevredigende
mate van welzijn die alleen kan worden bereikt met constante aandacht en constante
inspanning om fouten en vertekeningen te voorkomen, om misbruik tegen te gaan
en om nieuwe oplossingen te bedenken.
Deze aspecten zijn des te urgenter omdat er sinds enkele jaren van meer kanten
sprake is van een patstelling in de geneeskunde. Deze zit te veel vast in achterhaalde
opvattingen en is niet in staat innovatieve concepten te bieden om de bases
van de medische kennis een nieuwe fundering te geven.
Er is dringend nieuwe kracht nodig om een verstikkend theoretisch apparaat,
waarvan de filosofische en praktische grondslagen, evenals de onderzoeksgrondslagen,
niet gelijk op lijken te gaan met de tijd, nieuw leven in te blazen en te versterken.
In de geavanceerde en veeleisende maatschappij waarin wij leven, volstaat het
niet langer om een ziekte, voor een bepaalde tijd, onder controle te houden
met behulp van alleen de kennis van natuurkunde en scheikunde.
In onze samenleving is steeds sterker sprake van de noodzaak om behandelingen
te zoeken en te gebruiken die rekening houden met de totaliteit en de diepgewortelde
duurzaamheid van een mens, met een gezondheidseconomie die veel ademruimte krijgt
en geschikt is om de chronische en degeneratieve ziekten aan te pakken die met
de huidige, particularistische, nauwe en verouderde genezingssystemen niet kunnen
worden aangepakt.
In de laatste eeuw is er in de geneeskunde
sprake geweest van een overgang van de overheersing van sthenische pathologieën,
ziekten bij jonge mensen, naar asthenische pathologieën, die voorkomen
bij oudere patiënten. De belangrijke aspecten van wetenschappelijke en
sociale aard die deze verandering met zich mee heeft gebracht, hebben niet geleid
tot een parallelle bewustwording in de geneeskunde waardoor de theoretische
grenzen van een ziekte kunnen worden verlegd.
Er is daarentegen de voorkeur aan gegeven om de gevolgen van een overdreven
sectorale zienswijze met te grote tijdsbeperkingen blind te negeren.
INLEIDING 1/3
De successen die de moderne geneeskunde in de laatste honderd jaar heeft geboekt,
zijn van groot belang voor het leven van de mens, omdat er nu instrumenten beschikbaar
zijn die hem kunnen helpen om zich doeltreffend te redden uit de grote zee van
ziekten.
De organisatie van kennis, het bewustzijn op het gebied van openbare hygiëne,
de opleidingen in de gezondheidszorg en het uitgebreide gebruik dat de geneeskunde
maakt van wetenschappelijke ontdekkingen uit andere takken van de wetenschap,
zoals scheikunde en natuurkunde, zijn belangrijke factoren die hebben gezorgd
voor een duidelijke kwalitatieve sprong voorwaarts in vergelijking met de duistere
medische praktijken uit het verleden.
De snelle ontwikkeling van de farmacologie en de ontwikkeling van operatietechnieken
en geraffineerde diagnostische instrumenten vloeien voort uit een groeiende
wetenschappelijke wereld die solide bases heeft geleverd voor het behalen van
resultaten die het gemiddelde gezondheidsniveau van de wereldwijde gemeenschap
enorm hebben verbeterd.
Als een tijdreiziger uit de negentiende eeuw de vooruitgang zou kunnen zien
die in deze tijd is bereikt, zou hij positief verbaasd zijn over de huidige
toestand van de volksgezondheid. Maar dat wat voor eerdere generaties een punt
van aankomst is, kan niet dezelfde betekenis hebben voor iemand die te maken
heeft met de huidige medische problemen.
Met andere woorden: het bereikte gezondheidsniveau, dat nooit stabiel of voorspelbaar
is, moet continu worden verbeterd in de richting van een hogere en meer bevredigende
mate van welzijn die alleen kan worden bereikt met constante aandacht en constante
inspanning om fouten en vertekeningen te voorkomen, om misbruik tegen te gaan
en om nieuwe oplossingen te bedenken.
Deze aspecten zijn des te urgenter omdat er sinds enkele jaren van meer kanten
sprake is van een patstelling in de geneeskunde. Deze zit te veel vast in achterhaalde
opvattingen en is niet in staat innovatieve concepten te bieden om de bases
van de medische kennis een nieuwe fundering te geven.
Er is dringend nieuwe kracht nodig om een verstikkend theoretisch apparaat,
waarvan de filosofische en praktische grondslagen, evenals de onderzoeksgrondslagen,
niet gelijk op lijken te gaan met de tijd, nieuw leven in te blazen en te versterken.
In de geavanceerde en veeleisende maatschappij waarin wij leven, volstaat het
niet langer om een ziekte, voor een bepaalde tijd, onder controle te houden
met behulp van alleen de kennis van natuurkunde en scheikunde.
In onze samenleving is steeds sterker sprake van de noodzaak om behandelingen
te zoeken en te gebruiken die rekening houden met de totaliteit en de diepgewortelde
duurzaamheid van een mens, met een gezondheidseconomie die veel ademruimte krijgt
en geschikt is om de chronische en degeneratieve ziekten aan te pakken die met
de huidige, particularistische, nauwe en verouderde genezingssystemen niet kunnen
worden aangepakt.
In de laatste eeuw is er in de geneeskunde
sprake geweest van een overgang van de overheersing van sthenische pathologieën,
ziekten bij jonge mensen, naar asthenische pathologieën, die voorkomen
bij oudere patiënten. De belangrijke aspecten van wetenschappelijke en
sociale aard die deze verandering met zich mee heeft gebracht, hebben niet geleid
tot een parallelle bewustwording in de geneeskunde waardoor de theoretische
grenzen van een ziekte kunnen worden verlegd.
Er is daarentegen de voorkeur aan gegeven om de gevolgen van een overdreven
sectorale zienswijze met te grote tijdsbeperkingen blind te negeren.
vervolg deel1
Liever kijkt men naar de onmiddellijke effecten van een behandeling, waarbij
de rest wordt overgelaten aan het lot of aan het non sequitur.
Deze houding heeft een grote en ernstige impasse in de behandeling van ziekten
aan het licht gebracht die blijkt uit het gebrek aan theorieën en perspectieven
die een fysieke ziekte op een andere manier bekijken dan tot nu toe is gedaan
en uit gedeeltelijke diagnoses waarin alleen plaats is voor pathogenetische
analyses in een symptomatologisch, therapeutisch perspectief. Er moet daarentegen
gekeken worden naar het hele individu, zowel naar de vitale dynamiek als naar
de psychologische en spirituele thematiek, ook al zijn deze niet meetbaar.
Geest en lichaam zijn niet twee gescheiden
gebieden die los van elkaar staan, maar twee verschillende zaken van dezelfde
essentie die in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van een
persoon.
Vanwege deze geslotenheid a priori van de orthodoxe geneeskunde leidt de noodzaak
van een grondige vernieuwing ertoe dat wetenschappers en artsen steeds vaker
een alternatieve positie innemen. Hiervan getuigt een ware bloei van teksten
en getuigenissen die niet in de lijn liggen van wat de officiële geneeskunde
voorschrijft, vooral voor wat betreft de oncologie waar sprake is van een steeds
grotere staat van verwarring en berusting.
En juist op dit gebied is het duidelijk dat de geneeskunde faalt. Hierbij toont
de symptomatologische aanpak zijn beperkingen en putten de medische theorieën
zich uit in een doolhof van doodlopende steegjes.
De genetica, het stokpaardje van
de hedendaagse oncologie met haar oneindige enzymatische en receptoriale processen,
is bezig haar laatste adem uit te blazen. Dat is in feite al gebeurd, maar niemand
kan iets anders bedenken dat haar plaats in kan nemen. Het gevolg van het onvermogen
van het oncologische establishment om het falen van deze tak van onderzoek –
die wetenschappelijk niet kan worden verdedigd – toe te geven, is een
constante verkwisting van grote hoeveelheden geldelijke, wetenschappelijke en
menselijke middelen.
Welke nieuwe wegen moeten we dan inslaan? Waar moeten we die kleine logische
elementjes vinden die de schaduw van onwetendheid weg kunnen nemen waarin de
oncologie is gewikkeld?Veel wetenschappers, en vooral biologen, zijn van mening
dat er met de toepassing van de theorie van Darwin over de evolutie van levende
wezens een nieuwe weg kan worden ingeslagen met betrekking tot de zogeheten
degeneratieve ziekten, zoals kanker, hartaandoeningen of geestesziekten. Volgens
deze denkrichting zijn ziekten niet toe te schrijven aan genetische factoren
of omgevingsfactoren, zoals nu algemeen wordt aangenomen, maar aan infecties.
Het antwoord op de vraag naar wat een ziekte veroorzaakt, kan dus worden gevonden
in het vakgebied dat de geneeskunde het meeste aanzien heeft gegeven en dat
ervoor heeft gezorgd dat deze zich ontwikkelde van eenvoudige knoeierij tot
wetenschap: de microbiologie.
Vervolg deel 2
Het is namelijk duidelijk dat, met uitzondering van de bacteriologie, de kennis
op dit onderzoeksgebied nog erg beperkt is, vooral wanneer het gaat om virussen,
subvirussen en schimmels. Over de pathogene betekenis hiervan is momenteel jammer
genoeg weinig bekend.
Sinds enige tijd hebben wetenschappers echter wel een meer oplettende houding
ten aanzien van deze biologische entiteiten en ook het concept van ‘onschadelijk
commensalisme’, dat aan veel parasieten bij de mens wordt toegekend, wordt
nu met meer overtuiging ter discussie gesteld. Maar in dit proces van herziening
van de microbiologie is nog meer vastberadenheid nodig, zodat de nauwe samenhang
tussen micro-organismen en degeneratieve ziekten duidelijk kan worden gemaakt.
En volgens mij is het nu juist door ons te richten op een van deze schaduwgebieden,
de mycologie – het rijk der schimmels – dat de juiste antwoorden
op het probleem van tumoren kunnen worden gevonden.
Er zijn veel bewijzen die in deze richting wijzen: de analogie tussen psoriasis
– een ongeneeslijke huidziekte die door velen wordt behandeld als een
schimmel – en een tumor, eveneens een ongeneeslijke ziekte van het organisme;
de symptomatologische overlapping van systemische candidose en kanker, evenals
de nauwe genetische band tussen mycetes en neoplastische massa’s. Dit
zijn allemaal elementen die het standpunt ondersteunen en bevestigen dat, net
als in de plantenwereld, alle soorten kanker voortkomen uit een schimmel.
Een schimmelinfectie, vooral door candida, kan dus de verklaring zijn voor het
ontstaan van een tumor. Het onderzoek zou in deze richting moeten worden gestuurd,
in een poging om het tumorprobleem eens en voor altijd op te lossen.
Mijn eigen ervaring is dat natriumbicarbonaat de enige stof is die algemeen effectief is tegen neoplasmata. Jaren van parenterale toediening – dat wil zeggen via de aders, slagaders of holtes rechtstreeks in het weefsel – hebben aangetoond dat het mogelijk is om neoplastische massa’s bij veel patiënten kleiner te maken en om hun toestand van ziekte om te zetten in genezing.
Het doel van dit boek is uitleg te
geven over deze nieuwe, eenvoudige aanpak die een verwoestende en pluriforme
ziekte zoals kanker bestrijdt. Ik hoop ten zeerste dat men zich binnenkort bewust
wordt van de fundamentele rol die schimmels spelen bij de ontwikkeling van neoplastische
ziekten opdat, met vereende krachten in de gezondheidszorg, de antimycotica
en behandelingssystemen worden gevonden die in korte tijd, en zonder schade
of leed, een ziekte kunnen verslaan die de mensheid zoveel verwoesting brengt.
dr. Tullio Simoncini
Rome, 12 oktober 2005
HOOFDSTUK ÉÉN
Waarom bestaat kanker nog steeds?
Nieuwe modaliteiten van medische kennis
De logische ontoereikendheid van het determinisme
Het symptoom
Pathologische anatomie
Geest en lichaam: anatomisch-functionele overwegingen
Ziekte
Morele veronderstellingen van gezondheid
Morele veronderstellingen van ziekte
De ziel en het probleem geest-lichaam
HOOFDSTUK TWEE
Holistische geneeskunde en allopathische
geneeskunde
Persoonlijke verantwoordelijkheden bij ziekte
De huidige stand van zaken in de oncologie
De grootspraak van de genetica en van het ‘wetenschappelijk bewezen’
De grootspraak van de meervoudige oorzaken van kanker
De grootspraak van de oncologische statistieken
De grootspraak van de oneindige ontdekkingen
Tegenstrijdigheden in de oncologie
De werkelijke overlevingspercentages bij kanker
HOOFDSTUK DRIE
Candida: een nieuwe theorie over
kanker
Inleidende overwegingen
De wereld van de schimmels
Pathogene mycetes bij de mens
Waarom candida kanker is
Het opportunisme van candida
Candida is altijd aanwezig bij kanker
Er is in principe maar één tumor
Candida heeft dezelfde genetische structuur als kanker
Het verschijnsel metastase
Psoriasis als kanker
HOOFDSTUK VIER
De behandeling van kanker-schimmel
Therapeutische overwegingen
Kanker en schimmel, een persoonlijk onderzoekstraject
Selectieve arteriografie
Algemene overwegingen bij de behandeling
De noodzaak van verandering van de medische mentaliteit
Chemotherapie
Bestraling
Chirurgie
Ondersteunende geneesmiddelen
Hormonen en antihormonen
De behandeling met natriumcarbonaat
Beperkingen van de behandeling
Voorbeelden van behandelde aandoeningen
Orofarynxkanker
Maagkanker
Leverkanker
Carcinomatose van het buikvlies
Darmkanker
Miltkanker
Pancreastumor
Blaastumor
Prostaattumor
Borstvliestumor
Tumor in de ledematen
Hersenkanker
Longtumor
Borstkanker
Huidtumoren
Conclusies
APPENDIX
Klinische casussen
Longtumor
Levercarcinoom met longmetastasen
Levermetastasen
Ewing-sarcoom
Terminale baarmoederhalskanker
Buikvliescarcinomatose
Recidiverend neoplasma in de blaas
Non-Hodgkin-lymfoom
Prostaatadenocarcinoom
Levercarcinoom
Levercarcinoom met longmetastasen
Levercarcinoom
Hersenmetastasen bij diffuus melanoom
Metastatische mergcompressie
Colontumor
Bronchiaal adenocarcinoom
Prostaatcarcinoom
Melanoom rechteroog en hersenmetastasen
Voorbeelden van het gebruik van de port-a-cath
Verklarende woordenlijst
Noten
Het leven van schimmels
De auteur
De CONSENSUS-beweging
KANKERTHERAPIE, Dr. T. Cimoncini, Oncoloog te Rome.
Bestrijdt kanker met Natriumbicarbonaat.
REVOLUTIONAIRE THERAPIE
Temidden van de complexe hoeveelheid voorstellen die een definitief antwoord
proberen te geven op het probleem kanker, onderscheidt dat van de oncoloog Tullio
Simoncini zich ongetwijfeld vanwege zijn eenvoud en zijn innovatieve ideologische
vermogen.
Het boek “Kanker is een schimmel” licht toe hoe een schimmelinfectie altijd de basis vormt voor ongeacht welke neoplastische vorming en dat deze zich tot in het oneindige probeert te verspreiden binnen in een organisme. De groei van de schimmelkoloniën, samen met de reactie van de weefsels die zich proberen te verdedigen tegen de invasie, bepalen de tumor. Deze is dus slechts een extracellulair verschijnsel.
Er is daarom maar één oorzaak voor kanker: candida, die afhankelijk van het betrokken anatomische gebied telkens verschillende histologische reacties opwekt. Dit verklaart waarom er zoveel typen tumoren zijn.
NATRIUMBICARBONAAT
Momenteel is natriumbicarbonaat (in een oplossing van 5% of 8,4%) de enige stof
die in staat is om tumoren volledig te laten verdwijnen en die er dankzij de
grote verspreidbaarheid in slaagt om de schimmelmassa’s binnen in het
organisme uiteen te doen vallen.
Om ervoor te zorgen dat dit een maximaal schadelijke werking ten opzichte van
tumoren heeft, moet het zo veel mogelijk rechtstreeks in contact worden gebracht
met het aangetaste weefsel. Dit is mogelijk door specifieke katheters aan te
brengen in de slagaders die naar de verschillende organen of holtes (pleura,
buikvlies) lopen of door gebruik te maken van de verschillende conventionele
endoscopische methodes.
Daarnaast kunnen er druppelinfusen, klysma’s, irrigaties en infiltraties
worden gebruikt op de verschillende plaatsen waar zich neoplasmata bevinden.
Wanneer natriumbicarbonaat op de juiste wijze wordt toegediend bij niet-terminale
patiënten, kan dit veel soorten tumoren in korte tijd doen afnemen en vaak
in minder dan twee maanden tijd leiden tot genezing.
Daarnaast moet worden benadrukt dat dit een onschuldig en gemakkelijk te gebruiken
middel is dat in vrijwel alle gevallen geen of wat lichte bijwerkingen kan veroorzaken.
Veel patiënten hebben baat gehad bij de behandelmethode van Dr. Simoncini
en zijn genezen ondanks het feit dat ze door de officiële oncologie ongeneeslijk
waren verklaard.
Concluderend betekent het boek van Dr. Simoncini, vanwege zijn innovatieve ideologische
vermogen waarmee een exacte oorzaak van kanker kan worden aangeduid, een duidelijke
breuk met de gehele algemeen aanvaarde oncologische traditie en vormt zo het
enige concrete, alternatief voor de overdaad aan studies, onderzoeken en proefnemingen
die tot op heden, jammer genoeg, niet tot een definitief resultaat hebben geleid.
DR. SIMONCINI'S KRITISCHE BLIK
Mijn kritische blik is een verplichte stap die niet voortkomt uit wraak, rancune
of andere lage emoties, maar uit de rationele noodzaak om het proces van inzicht
verkrijgen te doen versnellen.
Alleen duidelijke, precieze en ware boodschappen kunnen de bewustwording van
de kalme, conformistische zielen stimuleren. Er zouden inderdaad vriendelijkere
en mildere bewoordingen kunnen worden gebruikt, maar het resultaat zou dan zijn,
dat datgene wat wij tot nu toe hebben bereikt, met 100 jaar zouden uitstellen.
Jammer genoeg bestaan er morele verplichtingen en spirituele drijfveren die
zich moeilijk kunnen verzoenen met de kalme middelmatigheid van een werkschuw
bestaan.Die goede, fatsoenlijke heren, artsen of geen artsen, die zich verzetten
tegen krachtige en precieze taal, laten met hun houding in feite reeds zien
dat zij behoren tot de ‘gezegende kudde’.
Van geheel andere toon zijn echter de standpunten van degenen die mij, vanuit
hun ongerepte en authentieke innerlijk, onvoorwaardelijk steunen, omdat ze in
zichzelf de wil terugzien om voor 100% te leven in weerwil van elke mondprop
en leugen.
WAAROM STERVEN ER NOG STEEDS ZOVEEL
MENSEN AAN KANKER?
Velen vragen zich vaak af hoe het komt dat kanker, na zoveel jaar studie en
onderzoek, nog steeds niet overwonnen is.
Naar mijn mening is het probleem weliswaar wetenschappelijk, maar nog meer cultureel
en sociaal bepaald, omdat het nu juist de structurering van de kennis op wereldwijd
niveau is die de vrijheid van denken en de creativiteit in de weg staat waarmee
de juiste oplossingen kunnen worden gevonden.
De bijna kasteachtige, gepolitiseerde ordening van universiteiten en het vakgebied,
de verstrekking van financiering aan uitsluitend erkende, maar dikwijls gemummificeerde
instituten en het informatiemonopolie dat in handen is van de politiek-culturele
macht, zijn allemaal elementen die de, zij het kleine, mogelijkheid in de weg
staan om de meest vruchtbare en creatieve geesten in het land nieuwe wegen te
laten inslaan. Deze gefossiliseerde maatschappelijke houding dwingt complete
bevolkingen tot een chronische staat van angst en lijden met betrekking tot
een ziekte, kanker, die zou kunnen worden overwonnen.
Enige tijd geleden zei een kankerpatiënte, die mijn hulp had gezocht en
aan wie ik mijn schimmeltheorie over kanker uitlegde: “Dit standpunt geeft
je tenminste de waardigheid om ziek te zijn. Een infectie heeft een betekenis.”
DE OORZAAK VAN KANKER
De genetica, het stokpaardje van de hedendaagse oncologie met haar oneindige
enzymatische en receptoriale processen, is bezig haar laatste adem uit te blazen.
Dat is in feite al gebeurd, maar niemand kan iets anders bedenken dat haar plaats
in kan nemen. Het gevolg van het onvermogen van het oncologische establishment
om het falen van deze tak van onderzoek – die wetenschappelijk niet kan
worden verdedigd – toe te geven, is een constante verkwisting van grote
hoeveelheden geldelijke, wetenschappelijke en menselijke middelen.
Welke nieuwe wegen moeten we dan inslaan? Waar moeten we die kleine logische
elementjes vinden die de schaduw van onwetendheid weg kunnen nemen waarin de
oncologie is gewikkeld?
Veel wetenschappers, en vooral biologen, zijn van mening dat er met de toepassing
van de theorie van Darwin over de evolutie van levende wezens een nieuwe weg
kan worden ingeslagen met betrekking tot de zogeheten degeneratieve ziekten,
zoals kanker, hartaandoeningen of geestesziekten. Volgens deze denkrichting
zijn ziekten niet toe te schrijven aan genetische factoren of omgevingsfactoren,
zoals nu algemeen wordt aangenomen, maar aan infecties.
Het antwoord op de vraag naar wat een ziekte veroorzaakt, kan dus worden gevonden
in het vakgebied dat de geneeskunde het meeste aanzien heeft gegeven en dat
ervoor heeft gezorgd dat deze zich ontwikkelde van eenvoudige knoeierij tot
wetenschap: de microbiologie.
Het is namelijk duidelijk dat, met uitzondering van de bacteriologie, de kennis
op dit onderzoeksgebied nog erg beperkt is, vooral wanneer het gaat om virussen,
subvirussen en schimmels. Over de pathogene betekenis hiervan is momenteel jammer
genoeg weinig bekend.
Sinds enige tijd hebben wetenschappers echter wel een meer oplettende houding
ten aanzien van deze biologische entiteiten en ook het concept van ‘onschadelijk
commensalisme’, dat aan veel parasieten bij de mens wordt toegekend, wordt
nu met meer overtuiging ter discussie gesteld. Maar in dit proces van herziening
van de microbiologie is nog meer vastberadenheid nodig, zodat de nauwe samenhang
tussen micro-organismen en degeneratieve ziekten duidelijk kan worden gemaakt.
En volgens mij is het nu juist door ons te richten op een van deze schaduwgebieden,
de mycologie – het rijk der schimmels – dat de juiste antwoorden
op het probleem van tumoren kunnen worden gevonden.
Er zijn veel bewijzen die in deze richting wijzen: de analogie tussen psoriasis
– een ongeneeslijke huidziekte die door velen wordt behandeld als een
schimmel – en een tumor, eveneens een ongeneeslijke ziekte van het organisme;
de symptomatologische overlapping van systemische candidose en kanker, evenals
de nauwe genetische band tussen mycetes en neoplastische massa’s. Dit
zijn allemaal elementen die het standpunt ondersteunen en bevestigen dat, net
als in de plantenwereld, alle soorten kanker voortkomen uit een schimmel.
Een schimmelinfectie, vooral door candida, kan dus de verklaring zijn voor het
ontstaan van een tumor. Het onderzoek zou in deze richting moeten worden gestuurd,
in een poging om het tumorprobleem eens en voor altijd op te lossen.
DE BEREIDHEID TOT VERANDERING
Het kan beslist niet als een vergrijp worden gezien dat natriumbicarbonaat de
enige stof is die werkelijk doeltreffend is tegen candida. De hoop is er zelfs
op gericht dat de farmaceutische industrie zich hier binnenkort mee bezig gaat
houden en middelen tegen schimmel kan produceren die zeer dodelijk zijn voor
neoplastische massa’s.
Dan is het gebruik van natriumbicarbonaat niet meer nodig. Elke tumor kan dan
worden uitgeroeid met een paar pillen per dag.
Als we naar het verleden kijken, was in de negentiende eeuw ook tuberculose
een vreselijke en mysterieuze ziekte. Dankzij de onderzoeken van Koch werden
de bestaansredenen ervan echter onthuld en kon tuberculose met de juiste geneesmiddelen
worden overwonnen.
In ons geval zijn uiteraard verdere bewijzen, controles en experimenten nodig
met betrekking tot alles wat de infectietheorie van kanker kan bevestigen. Maar
als er niet wordt uitgegaan van de gedachte en de reden, dat wil zeggen de bereidheid
om iets nieuws te zoeken en uit te proberen, zal het probleem kanker nooit kunnen
worden opgelost.
KANKER VOLKSVIJAND NR.1
Aan het begin van de twintigste eeuw stierf één op de honderd
mensen aan een tumor. Nu is dat één op drie. De voorspelling is
dat binnen enkele jaren één op de twee personen sterft aan kanker.
Bijvoorbeeld bij het grootste deel van de tumoren in het spijsverteringsstelsel
waarbij geen sprake is van een dubbelzinnige diagnostiek, zoals tumoren in de
slokdarm, maag, lever en alvleesklier, is er bij de 2.000.000 nieuwe gevallen
die elk jaar wereldwijd worden geregistreerd sprake van een sterftecijfer van
90%: 1.800.000 mensen overlijden. Bij longkanker wordt de lijdensweg steeds
langer (dat wil zeggen dezelfde 90% sterfgevallen) en hetzelfde geldt voor al
die tumoren waar geen mogelijkheid bestaat tot het verhullen of manipuleren
van gegevens.
Kanker is veruit het grootste probleem van de geneeskunde, niet alleen vanwege
zijn omvang, maar vooral vanwege de stoet aan symptomen waar deze aandoening
mee gepaard gaat, met name in de meer gevorderde stadia, en vanwege het enorme
psychologische leed van de patiënten en hun familieleden.
Het is geen toeval dat de Amerikaanse president Richard Nixon in 1971 een heuse
oorlog tegen ‘de aandoening van de eeuw’ uitriep die, binnen vijf
jaar, kanker moest overwinnen. Sindsdien heeft deze oorlog in de hele wereld
een hoeveelheid geldelijke, wetenschappelijke en menselijke middelen gekost
die haar weerga niet kent.
Maar het is niet nodig te verhullen dat de resultaten er beslist niet naar zijn.
Afgezien van de periodiek hernieuwde inspanningen, de herhaalde beloften en
de recente, vermeend miraculeuze vondsten, is er concreet weinig om te laten
zien: de oorzaak van kanker is en blijft onbekend.
Het probleem blijft onopgelost: elk jaar vernietigt deze onverbiddelijke ziekte
miljoenen mensen die in een neerwaartse spiraal van dood en pijn worden gezogen
waar bijna nooit iets tegen kan worden gedaan. Kanker is het enorme zwaard van
Damocles, de vreselijke wraakgod van een achterhaald maatschappelijk systeem
waar de weerloze burgers passief een totaal verkeerd beheer van hun eigen gezondheid
moeten aanvaarden en gedwongen zijn om anderen, de blinde gewiekste zakenmannen
aan de top van de piramide, opdracht te geven om, zonder kwalificatie, hun ziekte
te behandelen.
Het grote wantrouwen is ook onder artsen duidelijk te merken.
CANDIDA VERANTWOORDELIJK VOOR KANKER
In vergelijking met het hele universum van schimmelvormen, zijn de pathogene
mycetes voor de mens klein in aantal.
Deze veroorzaken ziekten die mycosen worden genoemd en die doorgaans worden
onderverdeeld in oppervlakkige, wanneer de infectie beperkt is tot de huid,
de lichaamsbeharing, de haren en de nagels, en diepe mycosen, wanneer de infectie
de interne organen aantast (long, darmen, hersenen, botten en dergelijke). Ze
worden over het algemeen geclassificeerd als:
1. Dermatofyten, die kenmerkende aandoeningen van de huid veroorzaken (schurft).
2. Sporothrix schenckii, die eveneens vrijwel alleen op de huid voorkomt.
3. Cryptococcus neoformans, die verantwoordelijk is voor een veel voorkomende
longinfectie (deze wordt met stof ingeademd) en voor chronische meningitis.
4. Histoplasma capsulatum, die bij de mens de huid (knobbeltjes), de slijmvliezen
en de longen kan aantasten of in systemische vorm kan voorkomen.
5. Actinomycetes, met een pathogene werking op de huid, de longen en de darmen.
6. Chrysosporium parvum, de agens die Adiaspiromycose veroorzaakt, een kosmopolitische
ziekte die primair en alleen de luchtwegen infecteert.
7. Aspergillus fumigatus, die aspergillose veroorzaakt, die meestal voorkomt
in de longen, maar secundair ook in de hersenen en nieren.
8. Paracoccidioides brasiliensis, die paracoccidioïdomycose veroorzaakt,
een primaire infectie van de longen die bij immunogedeprimeerde patiënten
kan uitzaaien.
9. Phaeohyphomycose, hyalohyphomycose, penicillose (marneffei), zygomycose en
andere zeldzame mycotische infecties krijgen de laatste jaren steeds meer aandacht,
omdat ze verantwoordelijk kunnen zijn voor soms zeer ernstige pathologische
beelden, afhankelijk van de gecompromitteerde toestand van immunogecompromitteerde
patiënten.
10. Candida, zowel als albicans als in alle andere pathogene stammen, die huid,
nagels, interne slijmvliezen (aandoeningen van de mondholte, vulvovaginitis,
uretritis, balanitis, perianale ontsteking), bronchiën en longen aantast.
Daarnaast heeft deze algemene vormen van vrij ernstige septicemische aard.
Binnen deze groep van schimmels ligt dus de ernstigste ziekte voor de mens verborgen,
die op dit punt gemakkelijk vast te stellen is.
Als we namelijk overwegen dat dermatofyten en sporothrix een te specifiek ziektebeeld
laten zien, dat actinomycetes, cryptococcus, histoplasma, chrysosporium, paracoccidioides
en de agentia die phaeohyphomycose, hyalohyphomycose, penicillose en zygomycose
veroorzaken uit ervaring binnen een zeer zelden voorkomende pathologische context
vallen en dat aspergillus kan worden beschouwd als een variant van candida,
blijft slechts de laatste van de tien beschreven soorten over, namelijk candida,
als enige agens die verantwoordelijk is voor een tumor.
CANDIDA ALTIJD AANWEZIG BIJ KANKER
Er is een groot aantal werken dat getuigt van de constante aanwezigheid van
de mycete in de weefsels van kankerpatiënten, vooral de terminale patiënten.
In de laatste jaren is er namelijk sprake van een toenemend aantal mensen dat
met de vinger wijst naar deze vreselijke schimmel, zelfs zoveel dat deze wordt
gedefinieerd als ‘het grootste en meest urgente probleem in de oncologie
dat moet worden opgelost’.
Dit zijn de gegevens met betrekking tot de coëxistentie van candida en
kanker die door enkele auteurs gevonden zijn: (zie ook de bronnenlijst in het
boek "Kanker is een Schimmel")
R.L. Hopfer: 79%
U. Kaben: 80%
W. T. Hughes: 91%
T.E. Kiehn: 97%
De genoemde percentages zijn indrukwekkend hoog, gezien de moeilijkheid om candida
te visualiseren in de organische materialen die onderzocht moeten worden, zoals
ook wordt vermeld door R.S. Escuro, Z.O. Karaev en T.J. Walsh.
Vanwege de hierboven vermelde bevestigingen, kunnen we dus met stelligheid zeggen
dat candida altijd aanwezig is in de weefsels van kankerpatiënten. En dat
niet alleen, maar de candidasoorten zijn, volgens verschillende onderzoekers,
nu de eerste oorzaak van morbiditeit en mortaliteit bij patiënten met neoplasmata
in het hematopoëtisch stelsel.
O. Uzun analyseert maar liefst alle gegevens van 1974 tot 1999 met betrekking
tot de aanwezigheid van candidemie bij patiënten en de prognosefactoren,
met inbegrip van de voorspellende elementen voor mortaliteit, en komt tot de
conclusie dat het algemene sterftecijfer bij kankerpatiënten varieert van
33% tot 75% en dat dit niet afhangt van het type infecterende candida.
Het verschijnsel wordt doorgaans geïnterpreteerd als een gevolg van de
verzwakking en van de uitputting van het organisme vanwege de neoplastische
laesies. Daarentegen moet worden bedacht dat de aantasting door candida in cancerogenetische
zin plaatsvindt na de oppervlakkige pathogene fasen, dat wil zeggen de klassieke
epitheliale candidosen, in diverse stadia:
a) Worteling in het diepe bindweefsel (in de verschillende organen).
b) Uitbreiding, wat leidt tot een organische reactie die probeert de schimmelkoloniën
in te kapselen, waarvan de vorming van neoplasmata het resultaat is.
c) Groei in zowel het aangrenzende weefsel als op afstand (metastase).
d) Progressieve verzwakking van het organisme met een daaruit voortvloeiende
algemene invasie van het organisme. Dit is het stadium dat meestal wordt gevisualiseerd
en dat wordt beschouwd als ‘opportunistisch’.
e) Overlijden.
Samenvattend is candida geen post hoc, maar een ante hoc. Verschillende werken
steunen overigens deze beweringen met betrekking tussen het causale verband
tussen candida en kanker. (zie de bronnenlijst in het boek "Kanker is een
Schimmel")
HET AANPASSINGSMECHANISME VAN CANDIDA
Er is slechts één tumor, maar er bestaan zoveel types, waarom?
Volgens de officiële standpunten, die de genetische verandering zien als
de basis van de neoplastische ontwikkeling, kan deze op ongeacht welk gebied
verschijnen, met alle mogelijke typologische differentiaties.
Vanuit microbiologisch oogpunt is het echter altijd de candida die de verschillende
anatomische gebieden binnendringt, waarbij er verschillende reacties worden
opgeroepen al naar gelang de geparasiteerde organen; dit gedrag hangt af van
de hoeveelheid en kwaliteit van de betreffende weefsels. Een orgaan waarvan
het bindweefsel is binnengedrongen, beschermt zichzelf door middel van cellulaire
hyperproductie waarmee het probeert om de schimmelkoloniën, die neigen
naar de volledige kolonisatie van het organisme, in te kapselen.
Op deze manier wordt de hele histologische variëteit van neoplasmata verklaard,
die geen invloed blijkt te hebben op de bepaling van de oorzaak, die altijd
en alleen bij de candida ligt.
Op deze manier kunnen enkele genen zich tijdens de vorming van een neoplasma
overmatig uiten, oftewel sterker aanwezig zijn, om meer werk te kunnen leveren
vanwege beschermende, hyperproductieve weefselnoodzaak. Deze reactie is normaal
en in het geheel niet afwijkend.
Neem het volgende voorbeeld: als we een dode stekel nemen, bijvoorbeeld van
een zee-egel, en deze eerst in de huid en daarna in de bronchiën, het bot,
de hersenen en in andere lichaamsdelen enten, wordt er een immuniteitsreactie
van het cellulaire type opgewekt die probeert om de stekel in te kapselen, oftewel
een soort cocon te vormen om deze in op te sluiten.
Op dezelfde wijze ziet het immuunsysteem schimmelkoloniën, vanaf een bepaalde
grootte, als vreemde lichamen die een reactie van inkapseling stimuleren die
wordt uitgevoerd met het type cellen van het binnengevallen weefsel.
De stekel of de schimmel kan dus telkens een epithelioom, een adenocarcinoom,
een osteosarcoom, een glioblastoom enzovoort veroorzaken.
In de eerste momenten van de invasie is het organisme in staat om rijpe cellen
te sturen om de woekerende schimmels in te dammen: dit is het verschijnsel van
de gedifferentieerde tumor. Naarmate de koloniën sterker worden en het
weefsel uitgeput raakt, worden de cellen steeds onrijper totdat er sprake is
van anaplasie.
Bovendien bepaalt de bestaande verhouding in een orgaan tussen gedifferentieerde
weefsels en het bindweefsel, het reactievermogen en daarmee de mate van kwaadaardigheid
van een neoplasma. Hoe minder edele cellen er zijn, hoe kwaadaardiger en invasiever
de tumor is.
Aan de ene kant hebben we dus de onaantastbare edele weefsels (spierweefsel
en zenuwweefsel) en aan de andere kant het eenvoudige bindweefsel. Het klierweefsel,
dat het midden houdt tussen deze beide elementen, omdat het beschikt over die
complexe structurering die het een bepaald vermogen tot inkapseling geeft ten
opzichte van schimmels, kan zich tegen de invasie verzetten door het verschijnsel
van een goedaardige tumor voort te brengen. Als we bijvoorbeeld kijken naar
de schildklier, is te zien hoe de nieuwvormingen in deze klier alle gradaties
van kwaadaardigheid kunnen hebben, ook wanneer ze histologische kenmerken van
goedaardigheid hebben, zoals bij het ingekapselde folliculaire carcinoom dat
vroeger goedaardig metastaserend adenoom werd genoemd.
Dit kan gebeuren omdat het concept ‘goedaardige tumor’ geen absolute
betekenis heeft. Ook al lukt het schimmelcellen doorgaans niet om langs de barrière
van gedifferentieerde cellen te komen, betekent dat in dit geval nog niet dat
het in bepaalde omstandigheden niet lukt.
Daarom worden dergelijke nieuwvormingen in de oncologie als ‘bizar’
beschouwd.
Maar met de interpretatiesleutel van schimmelinfectie kunnen dergelijke eigenaardigheden
gemakkelijk worden verklaard: wanneer het klierweefsel uitgeput raakt, kan de
goedaardige tumor veranderen in een kwaadaardige.
In de praktijk is het altijd de candida die de verschillende weefsels aanvalt
en zich telkens aanpast aan het type omgeving dat hij vindt. De specificaties
die doorgaans worden gegeven met betrekking tot de verschillende candidasoorten
(candida albicans, krusei, parapsilosis, glabrata, tropicalis en anderen), onderschatten
het feit dat deze allemaal voortkomen uit één enkele stamvader
die, wanneer deze genetisch muteert om de gastheer aan te vallen, verandert
in één of andere stam.
DE OPLOSSING GEVONDEN
Na ervaring te hebben opgedaan, begreep ik dat de bestaansreden van deze alternatieve
stromingen nu juist lag in het onvermogen van de conventionele geneeskunde om
de problemen van patiënten op te lossen, die daarentegen meer baat hadden
bij de takken van geneeskunde die hen beoordeelden en behandelden in hun totaliteit
en niet alleen met beperkte symptomatologische remedies.
Tijdens het leggen van een naturopathische basis kwam het idee in me op dat
schimmel de oorzaak van kanker zou kunnen zijn. Terwijl ik bezig was een psoriasispatiënt
te behandelen met behulp van corrosieve zouten, begreep ik dat deze werkten
omdat ze iets vernietigden. En dat ‘iets’ was een schimmel.
Vanuit dat besef ging mijn geest syllogistisch redeneren en kwam uit bij de
oplossing waar ik al zo lang op zat te wachten: als psoriasis, een ongeneeslijke
ziekte, wordt veroorzaakt door een schimmel, kan ook een andere ongeneeslijke
ziekte, kanker, worden veroorzaakt door een schimmel.
Uit dat verband zijn alle ervaringen, proefnemingen, controles en resultaten
voortgekomen, die ik heb uitgevoerd met een verbeten inspanning, alsof ik deel
uitmaakte van een revolutionair geheim genootschap, die mij veel professionele
bevrediging heeft gegeven en het mij mogelijk heeft gemaakt om een zeer doeltreffende
behandelmethode op te zetten tegen neoplastische massa’s, oftewel schimmelkoloniën.
Toen ik eenmaal de hypothese had ontwikkeld van de causale rol van schimmels
bij neoplastische proliferatie, ontstond het probleem hoe deze konden worden
aangepakt binnen in de weefsels, aangezien er daarvoor niet al te sterke zouten
konden worden gebruikt.
Toen herinnerde ik mij dat bij orofaryngeale candidiasis bij zuigelingen bicarbonaat
een snel en krachtig wapen was dat de ziekte binnen drie of vier dagen kon bestrijden.
Ik hield mezelf voor dat ik, door hoge concentraties intraveneus en oraal toe
te dienen, hetzelfde resultaat zou kunnen behalen en zo begon ik met mijn proeven
en experimenten, die meteen tastbare resultaten opleverden.
MIJN EERSTE GENEZEN PATIENT
Een van de eerste patiënten die ik behandelde, een jongen van 11 jaar,
gaf mij meteen het idee dat ik gelijk had. De jongen werd rond half twaalf ’s
ochtends in coma binnengebracht op de afdeling pediatrische hematologie en had
een klinische geschiedenis van leukemie. Hij was vanuit een Siciliaans dorpje,
via de universiteiten van Palermo en Napels, waar hij enkele chemokuren had
gehad, in Rome terechtgekomen.
Zijn wanhopige moeder vertelde me dat zij al twee weken, dat wil zeggen vanaf
het moment dat hij was begonnen met zijn tocht langs ziekenhuizen, niet meer
met haar zoon had kunnen praten en dat ze er alles voor over zou hebben om ten
minste nog één keer zijn stem te horen voordat hij overleed. Aangezien
ik van mening was dat de jongen in coma was zowel vanwege de invasie van de
hersenen door schimmelkoloniën, als vanwege de toxiciteit van de uitgevoerde
behandelingen, ging ik ervan uit dat ik, wanneer ik de koloniën zou vernietigen
met natriumbicarbonaatzouten en tegelijkertijd de hersenen zou voeden en ontgiften
met een glucose-infuus, kon hopen op een regressie van de symptomen.
En dat gebeurde ook. Toen ik ’s avonds rond zeven uur terugkwam op de
universiteit, trof ik daar de jongen aan die, na een constante infusie met bicarbonaat
en glucoseoplossingen, zat te praten met zijn moeder die toen in tranen was.
MIJN ONCOLOGISCHE INFECTIETHEORIE
Ik heb het Ministerie van Volksgezondheid, Italiaanse en buitenlandse oncologische
instituten en oncologische verenigingen in kennis gesteld van mijn onderzoeken
en resultaten, zonder ook maar enige positieve reactie te krijgen. Ik trof slechts
collega’s – al dan niet met een titel – die alles van bovenaf
bekeken en alleen maar in staat waren om één magisch woord uit
te spreken: genetica.
“Zo kom ik er nooit,” dacht ik. Ik bevond mij in feite in een vrijwel
uitzichtloze situatie, met zo veel mooie ideeën en positieve resultaten,
maar zonder de mogelijkheid om deze te toetsen aan een reeks kankerpatiënten
in een gezaghebbende wetenschappelijke context.
Ik besloot geduld te hebben en door te gaan met het behalen van resultaten door
patiënt na patiënt te genezen. In de tussentijd probeerde ik bekendheid
te krijgen bij een zo groot mogelijk aantal personen, vooral in de kring van
de alternatieve geneeskunde waar het tenminste mogelijk was om contact te hebben
met professionals die reeds een kritische houding hadden ten opzichte van de
officiële medische opvattingen.
Zo begon ik over internet te surfen en vond daar al snel die contacten, vriendschappen
en instemming die het mij mogelijk maakten om mijn theorieën bekend te
maken, maar – nog belangrijker – die mij ook het benodigde psychologische
ruggensteuntje gaven om mijn persoonlijke strijd tegen de vloed van de vruchteloze,
officiële vanzelfsprekendheid voort te zetten.
Het troostte mij te weten dat mijn ideologische vlammetje niet uitdoofde, maar
ergens voet aan de grond kon krijgen. Ik begon opnieuw te hopen dat ik, gezien
de enorme waarde van de boodschap, vroeger of later de weg zou vinden om instemming
te vinden en te worden geaccepteerd door een steeds groter aantal mensen.
Langzaamaan lukte het mij zo om mijn oncologische infectietheorie bekend te
maken en deze te verspreiden onder publiek via conferenties, interviews en congressen
die mijn invloedssfeer aanzienlijk vergrootten en mij de mogelijkheid boden
om een grote hoeveelheid klinische ervaringen en bevestigingen te verkrijgen.
Ze maakten mij echter ook duidelijk dat er voor mijn behandelingen met natriumbicarbonaatoplossingen,
ook al waren die doeltreffend, een bepaalde methode moest worden ontwikkeld,
omdat bepaalde soorten kanker op geen enkele wijze konden worden bereikt, of
op zijn minst alleen op onvoldoende wijze konden worden bereikt.
Met natriumbicarbonaat dat wordt toegediend via de mond, via een verstuiver
of intraveneus kunnen alleen positieve resultaten worden behaald bij bepaalde
neoplasmata, terwijl bij andere, zoals sereuze tumoren of tumoren in de hersenen
of botten, geen doeltreffende en duurzame werking wordt bewerkstelligd.
Om deze redenen heb ik contact opgenomen met verschillende collega’s,
vooral interventionistische radiologen, en kon ik eindelijk daar komen waar
het mij eerst niet lukte door bepaalde kleine katheters aan te brengen, zowel
endocavitair voor het buikvlies en voor de pleura, als intra-arterieel om de
andere organen te bereiken.
PORT-A-CATH
Het basisprincipe van mijn behandelingssysteem is dat oplossingen met een hoog
gehalte aan natriumbicarbonaat rechtstreeks moeten worden toegediend op de neoplastische
massa’s die alleen regressie kunnen vertonen wanneer de schimmelkoloniën
worden vernietigd.
Om deze reden heeft het constant zoeken naar steeds doeltreffendere technieken
waarmee ik zo dicht mogelijk bij het binnenste van de weefsels kon komen, mij
bij de selectieve arteriografie gebracht (het in beeld brengen van specifieke
slagaders met behulp van instrumenten) en bij de plaatsing van een arteriële
port-a-cath (katheters met reservoir).
Met deze methoden kan een kleine katheter rechtstreeks worden aangebracht in
de slagader die de neoplastische massa voedt, zodat hoge doseringen natriumbicarbonaat
kunnen worden toegediend aan de diepste uithoeken van het organisme.
Tegenwoordig is het met selectieve arteriografie van de halsslagaders mogelijk
om ongeacht welke hersenmassa te bereiken, zonder operatie en volledig pijnloos.
Op dezelfde manier kunnen bijna alle organen op een onschadelijke, snelle en
doeltreffende manier worden behandeld met bicarbonaatzouten. De enige uitzondering
vormen bepaalde botgebieden, zoals wervels en ribben, waar de arteriële
doorstroming zeer gering is zodat daar niet voldoende doses bij kunnen komen.
Selectieve arteriografie is dus een enorm krachtig wapen tegen schimmels dat
bij neoplasmata altijd kan worden gebruikt, in de eerste plaats omdat het pijnloos
is en geen nawerkingen heeft en in de tweede plaats omdat de risico’s
van uitvoering zeer klein zijn.
Technisch wordt dit op de volgende manier uitgevoerd: na sterilisatie en een
plaatselijke verdoving van de oppervlaktelagen, wordt er een naald ingebracht
in de slagader die als toegangsdeur wordt gebruikt (meestal de subclavia) en
dan wordt er, via deze slagader, een metalen geleider ingebracht die door de
angiograaf zichtbaar kan worden gemaakt en die kan worden gebruikt om de betrokken
slagader te vinden.
De laatste stap is om de katheter voor de toediening van de oplossingen aan
te brengen op de plek die de geleider aangeeft en om deze vervolgens aan te
sluiten op een onderhuidse port-a-cath die zo lang het nodig is op de betreffende
plaats blijft zitten.
De hele ingreep, waarbij de patiënt zeer weinig risico loopt en met pijnsymptomen
die lijken op die van een intraveneus infuus, maakt het voor de patiënten
mogelijk om de behandeling thuis te doen, zij het onder constant medisch toezicht.
DE BEHANDELING MET NATRIUMBICARBONAAT
Op basis van de tot nu toe genoemde overwegingen lijkt een logische oplossing
voor het kankerprobleem voort te komen uit de wereld der schimmels, waartegen
op dit moment geen nuttig middel bestaat behalve, naar mijn mening, natriumbicarbonaat.
De middelen tegen schimmel die nu in de handel zijn, zijn namelijk niet geschikt
om in de massa’s door te dringen (misschien met uitzondering van de eerste
toedieningen van azol-antimycotica of van amfotericine B via parenterale toediening),
omdat deze zijn ontwikkeld om slechts te werken op een gelaagd niveau van het
epitheliale type. Ze kunnen dus geen invloed uitoefenen op grote myceliumaggregaten
die voor het merendeel worden gemaskeerd door de bindweefselreactie die ze probeert
te bedwingen.
Bovendien zijn schimmels in staat om snel hun eigen genetische structuur te
muteren. Na een eerste fase van gevoeligheid voor antimycotica kunnen ze deze
binnen korte tijd codificeren en metaboliseren zonder er verder schadelijke
invloed van te ondervinden; paradoxaal genoeg kunnen ze zelfs profiteren van
de grote toxische kracht ervan ten opzichte van het organisme.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het invasieve prostaatcarcinoom met bekkenstijfheid,
waarbij een behandeling met antimycotica wordt uitgevoerd die, vooral in de
eerste fase van toediening, erg effectief is op symptomatologisch vlak, maar
in de loop der tijd zijn doeltreffendheid steeds meer verliest.
Natriumbicarbonaat beschikt daarentegen over een zeer grote verspreidbaarheid
en heeft niet de structurele complexiteit die schimmels gemakkelijk kunnen codificeren.
Het behoudt lange tijd het eigen vermogen van penetratie in de massa’s,
ook en vooral vanwege de snelheid waarmee het deze uiteen doet vallen zodat
ze zich er niet zodanig aan kunnen aanpassen dat ze zich ertegen kunnen beschermen.
Bij een behandeling met bicarbonaat moet dus meteen worden begonnen met hoge
doseringen, op constante wijze, in cycli en zonder onderbreking met een vernietigende
werking die van begin tot einde zonder onderbreking plaats dient te vinden gedurende
ten minste 7 tot 8 dagen voor een eerste cyclus. Hierbij moet in gedachten worden
gehouden dat een massa van 2 tot 4 centimeter consistent kleiner begint te worden
vanaf de derde tot vierde dag en vanaf de vierde tot vijfde dag bezwijkt.
Doorgaans ligt de maximale dosering die in één sessie kan worden
gebruikt rond 500 cc natriumbicarbonaatoplossing van 5%, waarbij de dosis met
20% kan worden verhoogd of verlaagd al naar gelang de lijvigheid van de te behandelen
persoon en bij aanwezigheid van meervoudige haarden waarover een grotere hoeveelheid
zouten moet worden verdeeld.
Hierbij moet worden benadrukt dat de aangegeven doses, omdat ze onschadelijk
zijn, eveneens zonder problemen al ruim 30 jaar lang gebruikt worden voor een
groot aantal andere aandoeningen, zoals:
1. Ernstige diabetische keto-acidose.
2. Cardio-pulmonale reanimatie
3. Zwangerschap
4. Hemodialyse
5. Peritoneale dialyse
6. Farmacologische toxicose
7. Hepatopathie
8. Vaatchirurgische ingrepen
BIJWERKINGEN NATRIUMBICARBONAAT
Bij oncologische patiënten met ernstige hart-, nier- en leverstoornissen
kunnen naar mijn mening moeilijk volledige doses worden toegediend. In elk geval
moet de maximaal verdraagbare hoeveelheid worden gehanteerd, omdat te lage doses
of doses die te versplinterd zijn door de tijd heen niet diep kunnen inwerken.
Bij bepaalde patiënten zonder andere pathologische aandoeningen behalve
de tumor, bij wie sprake is van veel of grote massa’s, kan er in de eerste
dagen van de behandeling een sterke temperatuursverhoging optreden, tot wel
39ºC. Dit is het gevolg van de brute ontbinding van de koloniën die
in bepaalde gevallen ook verantwoordelijk is voor een hoge amyloïdconcentratie
en een tijdelijke nierinsufficiëntie – die soms ook gepaard gaat
met een urine-blaasblokkering – die kan worden opgelost door middel van
katheterisatie. Aanvallen van hypertensie of hypotensie, evenals recidiverende
hoofdpijn maken het beeld van de bijwerkingen compleet, maar hierbij moet worden
vermeld dat deze zeldzaam en van voorbijgaande aard zijn en dus geen negatieve
nawerking hebben.
Bij alle beschreven omstandigheden bestaat de meest geschikte behandeling om
deze tegen te gaan uit de snelle intraveneuze infusie (ongeveer één
uur) van een glucoseoplossing van 5% of 10% met toevoeging van kaliumchloride
en van fysiologische oplossingen die, doordat ze de emunctoria helpen om de
circulerende katabolieten terug te brengen tot normaal, in staat zijn om deze
volledig op te lossen, zonder in het algemeen enig symptomatisch geneesmiddel
te gebruiken.
DE LEUGENS VAN DE ORTHODOXE ONCOLOGIE
De strijd tegen kanker bestaat dus eigenlijk uit twee gevechten. Het eerste
tegen de fysieke aandoening zelf en het tweede tegen mentale vormen, zowel van
degenen die de bereikte voorrechten willen behouden, als van de personen die,
vanwege sociale indoctrinatie, geen belang stellen in het uitproberen van nieuwe
wegen. Naar mijn mening is het tweede gevecht de lastigste en langdurigste strijd.
Maar alleen als wij die strijd winnen, kunnen wij ook het gevecht tegen kanker
winnen.
Zoals we weten, lopen er op de wereld zowel charlatans als utopisten rond. Maar
deze constatering is geen geldige reden om de deuren te sluiten voor vooruitgang
en innovaties, vooral wanneer er, zoals in ons geval, geen andere goede oplossingen
voorhanden zijn.
Wat zijn echter de criteria om te beoordelen of een behandeling goed is? Wie
heeft het recht te oordelen over wie er al dan niet gelijk heeft? Het staat
vast dat de vertegenwoordigers en aanhangers van de officiële oncologie,
met hun opschepperige ‘betrouwbare wetenschappelijke methodes’,
degenen zijn die het minst in aanmerking komen om de juistheid en doeltreffendheid
van een andere behandeling dan die van hen te bevestigen. De feiten laten ons
zien dat deze in werkelijkheid de uiting zijn van vijftig jaar falen en daarmee
vijftig jaar vol strijd en leed. Erger nog, ze vertegenwoordigen een halve eeuw
van ideologisch obscurantisme die, door onderdrukking en culturele misleiding,
de juiste oplossing voor het probleem kanker in de weg heeft gestaan. Daardoor
blijven mensen ziek worden, lijden en overlijden.
Ter vergelijking zou het goed zijn om te weten wat de huidige wetenschappers
en de beschermers van onze gezondheid vinden van de behandelingen die een eeuw
geleden werden uitgevoerd door wetenschappers die toentertijd als betrouwbaar
werden beschouwd en die bijvoorbeeld het oor doorprikten van een patiënt
met oorontsteking of tot flauwtes aan toe aderlatingen deden bij mensen die
waren getroffen door onbalans in de verschillende soorten gal (gele gal, zwarte
gal enz.), ziekten die verantwoordelijk werden gehouden voor onomkeerbare depressies
of geelzucht.
Zoals wij nu hoofdschuddend lachen om die waanzin uit het verleden, zullen de
wetenschappers van onze tijd op dezelfde manier worden beoordeeld door de wetenschappers
van de toekomst, die zich zullen herinneren hoe kanker vroeger werd behandeld
door patiënten te vergiftigen, door ze te martelen met bestraling of door
ze vreselijk te verminken met chirurgische ingrepen die net zo extreem als nutteloos
waren.
Op dit moment wordt de rechtlijnige, uniforme en onverzoenlijke groei van een
tumor op geen enkele wijze beïnvloed door de huidige oncologische behandelingen.
Betrouwbare statistieken laten zien dat de overlevingskans nog altijd zeer gering
is (2-3%).
De rest is propaganda voor de orthodoxe oncologie. Vergeet de genezen tumoren
in de borst, het colon en de lymfeklieren, oftewel de zogeheten stokpaardjes
van de officiële oncologie: de geregistreerde genezingen komen voort uit
leugens, misverstanden, statistische misleiding of toeval, zoals we later zullen
zien. Als we namelijk goed kijken, gaat het bij deze veronderstelde therapeutische
successen altijd over tumoren in het beginstadium. Bij echte tumoren van grote
omvang is het sterftecijfer nog altijd 99,99%.
Het falen, de leugens en het onvermogen kunnen blijven bestaan, omdat ze beschermd
en ondersteund worden door de autoriteiten en door het zogeheten erkende wetenschappelijke
gezag, ten koste van de waarheid en het welzijn van de mensen.
DE GROOTSPRAAK VAN DE ONCOLOGISCHE
STATISTIEKEN
Een van de meest controversiële en meest tegenstrijdige argumenten van
de oncologie is ongetwijfeld dat van de overlevingstatistieken van kankerpatiënten,
die – officieel – aangeven dat één op de twee personen
geneest. Dit gegeven is weliswaar dramatisch, maar heeft ook een bepaalde hoop
in zich, omdat het impliciet een positieve waarschuwing voor zowel wetenschappers
als patiënten is.
Tegen de eersten zegt het: zet het onderzoek voort zoals dit is opgezet, want
dat levert resultaten op. Probeer geen alternatieve theoretische of therapeutische
wegen in te slaan en raak niet ontmoedigd door het feit dat er dagelijks patiënten
blijven sterven.
Voor patiënten geeft het daarentegen de waarschuwing: u hebt 50% kans om
het te redden, hiervoor hoeft u alleen maar de conventionele therapeutische
protocollen te volgen, zonder zinloze alternatieven te proberen.
Maar in de praktijk vertegenwoordigen de geboden statistische gegevens een wetenschappelijke
en psychologische mondprop voor wie de toestand van mislukking van de officiële
oncologie aan de kaak stelt en met reden de noodzaak voelt om deze voor eens
en voor altijd naar de hel te verwensen, en wel om de volgende redenen:
- Naast de statistieken – en dit zien we ook in de persoonlijke kennissenkring
– zijn degenen met een ware tumor die overleven op de vingers van één
hand te tellen.
- De officiële behandelingen hebben verwoestende en vaak dodelijke gevolgen.
- Veel van de patiënten die van de officiële stromingen afwijken,
leven beter en langer (in een onderzoek onder 188 patiënten met een inoperabel
bronchiaal adenocarcinoom was de periode van overleving van patiënten die
chemotherapie volgden 75 dagen, terwijl de patiënten die geen enkele behandeling
ondergingen maar liefst nog 225 dagen leefden - The Lancet, 13 december 1975).
- Vooruitzichten van een definitieve ontdekking met betrekking tot kanker zijn
de komende 10 jaar nog steeds niet te verwachten.
Enerzijds hebben we dus de ervaring en het bewijs dat ons ertoe aanzet om weg
te vluchten van de conventionele oncologische behandelingen, terwijl we anderzijds
die 50% overlevingskans voor onze neus gezwaaid krijgen als een waarschijnlijke
garantie van succes. Het is duidelijk dat, als dit gegeven zelfs maar gedeeltelijk
kan worden weerlegd, het bolwerk van de oncologie onherroepelijk en direct als
een kaartenhuis zou instorten.
STATISTIEKEN TRADITIONELE ONCOLOGIE
Ondanks alle trucjes en de vervormingen van de statistieken, wordt in de klassieke
boeken en verhandelingen gesproken van een genezingspercentage bij kanker dat
rond de 7% schommelt: dat wil zeggen, met de benodigde correcties, vrijwel nul.
Tumor Overleving na 5 jaar
1. Kwaadaardige glomera (hersenen) < 10 %
2. Cervicofaciaal gebied < 5 %
3. Kwaadaardige melanomen < 20 %
4. Neoplasmata van het oor en de mastoïd < 25 %
5. Long 7,5 %
6. Mesothelioom van het borstvlies 0%
7. Slokdarmcarcinoom < 10 %
8. Maagcarcinoom < 13 %
9. Neoplasmata van de dunne darm 25 %
10. Levercarcinoom 0-2 %
11. Galblaascarcinoom < 3 %
12. Pancreascarcinoom 2%
13. Lokaal vergevorderd borstcarcinoom 5%
(Het teken ‘<’ betekent ‘kleiner dan’).
75% VAN DE ARTSEN WEIGERT ZELF CHEMOTHERAPIE
Uit onderzoeken en enquêtes onder Amerikaanse oncologen komt naar voren
dat drie van de vier artsen (75%) elke vorm van chemotherapie zou weigeren vanwege
de ondoeltreffendheid en de vernietigende effecten die deze behandeling heeft
op het menselijke organisme. Dit zeggen de artsen en onderzoekers erover:
“Het grootste deel van de kankerpatiënten in dit land overlijdt ten
gevolge van chemotherapie, die tumoren in de borst, in het colon of in de longen
niet wegneemt. Dit aspect is al ruim een decennium lang bekend en toch gebruiken
artsen chemotherapie nog steeds ter bestrijding van deze tumoren.” (Allen
Levin, MD, UCSF, “The Healing of Cancer”, Marcus Books, 1990).
“Als ik kanker zou krijgen, zou ik nooit gebruik maken van een bepaalde
standaardbehandeling van die ziekte. Kankerpatiënten die uit de buurt van
die centra blijven, hebben enige kans om het te redden.” (Prof. George
Mathe, “Scientific Medicine Stymied”, Medicines Nouvelles - Parijs,
1989).
“Dr. Hardin Jones, docent aan de universiteit van Californië is,
na vele decennia lang de statistieken met betrekking tot het overleven van kanker
te hebben geanalyseerd, tot de volgende conclusie gekomen: [...] wanneer de
patiënten niet worden behandeld, wordt hun toestand niet slechter, of wordt
deze zelfs beter.” De verontrustende conclusies van Dr. Jones zijn nooit
weerlegd.” (Walter Last, “The Ecologist” vol 28, nr. 2, maart/april
1998).
Over dezelfde oncoloog schrijft Milly Schar-Manzoli: “In 1975 ging Hardin
Jones naar het congres voor kankeronderzoek van de universiteit van Barkeley
met schokkende stukken: een verslag van de resultaten van een door hem uitgevoerd
onderzoek naar kanker dat 23 jaar had geduurd en dat in dat jaar was afgesloten.
De resultaten ...: de kankerpatiënten die hadden geweigerd de officiële
behandeling te ondergaan, leefden gemiddeld nog twaalf en een half jaar, terwijl
degenen die zich hadden onderworpen aan chirurgische ingrepen, chemotherapie
en bestraling gemiddeld binnen slechts drie jaar waren overleden.” Kothari
M. L. e Metha L. A. , Ist Krebs eine Krankheit?, Rowohlt 1979.
“Onze meest doeltreffende regimes zitten vol risico’s, bijwerkingen
en praktische problemen. Nadat alle patiënten die wij hebben behandeld
het gelag daarvoor hebben betaald, wordt slechts een zeer klein percentage van
hen hiervoor beloond met een kortstondige periode van tumorregressie, die meestal
gedeeltelijk is.”
(Edward G. Griffin, “World Without Cancer”, American Media Publications,
1996).
“Veel oncologen bevelen voor praktisch elk type tumor chemotherapie aan,
met een vertrouwen dat niet wordt ontmoedigd door de vrijwel constante mislukkingen.”
(Albert Braverman, MD, “Medical Oncology in the 90s”, Lancet 1991,
vol 337, p. 901).
“Er is geen enkel bewijs dat chemotherapie in de overgrote meerderheid
van de gevallen de levensverwachtingen verlengt. Dit is de grote leugen over
deze behandeling, oftewel dat er een correlatie bestaat tussen het kleiner worden
van de tumor en de verlenging van het leven van de patiënt.” (Philip
Day, “Cancer: Why We’re Still Dying To Know The Truth”, Credence
Publications, 2000).
Abel ontdekte dat het totale, wereldwijde aantal positieve resultaten als gevolg
van chemotherapie schokkend was, omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke
bewijzen beschikbaar waren voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om “het
leven van patiënten met de meest voorkomende typen organische kanker op
noemenswaardige wijze te verlengen”. Abel benadrukte dat chemotherapie
er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren en beschrijft haar als
een wetenschappelijke kommer en kwel en stelt dat ten minste 80% van de chemotherapie
die in de wereld wordt toegepast geen enkel nut heeft. Maar ook al bestaat er
geen enkel wetenschappelijk bewijs dat chemotherapie werkt, noch de artsen,
noch de patiënten zijn bereid om ervan af te zien. (Lancet, 10 augustus
1991).
Geen van de belangrijke media heeft dit uitgebreide onderzoek ooit geciteerd:
het is volledig in de doofpot gestopt.” (Tim O’Shea “Chemioterapy
- An unproven procedure”).
“Volgens de artsenverenigingen zijn de bekende en gevaarlijke bijwerkingen
van de geneesmiddelen de op drie na belangrijkste doodsoorzaak, na hartinfarct,
kanker en beroerte.”
(Journal of the American Medical Association, 15 april 1998).
CONCLUSIE; VERENIGEN EN SAMENWERKEN
Hoewel het veertig, dertig of zelfs twintig jaar geleden nog mogelijk was om
de mensen op één of andere manier te overtuigen van de juistheid
van de officiële oncologie en haar resultaten, is het nu, na de constante
hoeveelheid zinloze vondsten die met regelmatige tussenpozen door de media worden
rondgebazuind, zo dat niemand zich meer voor de gek laat houden door woorden
die alleen op het vlak van hypothesen en niet nagekomen en niet nakombare beloften
blijven. Deze mislukkingen gaan gepaard met het pijnlijke bewustzijn dat iedereen
heeft van het ellendige einde van dat familielid, die vriend of kennis.
We moeten ons overgeven aan het feit dat de huidige oncologie niet in staat
is om kankerpatiënten antwoorden en de benodigde zekerheden te bieden en
het is dus onze morele en ethische plicht om te proberen de juiste oplossing
te vinden voor de ernstigste en akeligste aandoening van deze tijd.
Bij verwerping van het sprookje van de genetische causaliteit van kanker, zijn
de theorie van de schimmelinfectie en de gepresenteerde casussen een nieuwe
manier om naar de tumorale aandoening te kijken; momenteel is zij, naar mijn
mening, de enige logische optie voor succes. Hierbij moet tevens in gedachten
worden gehouden dat de successen en geïllustreerde genezingen zijn bereikt
terwijl ik niet constant en op vrij povere wijze heb gewerkt. Er kan worden
gesteld dat, met de juiste structuren en instrumenten, de resultaten uitzonderlijk
goed zouden kunnen zijn en hoop op leven zouden kunnen bieden aan honderdduizenden
mensen overal ter wereld.
Jammer genoeg zijn de huidige vertegenwoordigers van de medische intelligentsia
op deze planeet niet in staat om iets te begrijpen, ook al is het zo eenvoudig
en duidelijk als deze therapie tegen kanker, wat buiten hun gewoontes en hun
beperkte sectorale kennis valt.
Bovendien vormen ze, met hun netwerk van wetenschappelijke, conformistische,
politieke, economische en mediagerelateerde kennissen en afspraken, een enorm
obstakel voor de overwinning van kanker. Voor hen moet degene die andere oplossingen
bedenkt of zoekt, aan de kant worden geschoven of zelfs uit de weg worden geruimd.Voor
het deblokkeren van de huidige status quo, die velen van dichtbij pijnlijk treft,
is er hulp nodig van al die medewerkers in de gezondheidszorg, politici en rechtschapen
personen die verder kunnen kijken dan het simpele en kwaadaardige conventionalisme
en het economisch en sociaal jaarverslag.
We moeten ons nu verenigen, samenwerken en elkaar spirituele steun geven, zodat
de bolwerken die gebouwd zijn op fouten en leugens kunnen worden ontmanteld.
Voor wat betreft de genetica en haar wonderen, zal men er al snel achterkomen
dat velen, in de zwarte duisternis van de onwetendheid, het vlammetje van een
lucifer hebben aangezien voor het licht van de zon.
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Allopathisch – medische benadering die doorgaans gebruik maakt van synthetische
geneesmiddelen ter verlichting van symptomen en de genezing van ziekten.
Anaplasie – celonrijpheid, cel zonder structuur.
Areactiviteit – onvermogen om te reageren.
Autocrien en paracrien – pseudo-hormonale afgiftemechanismen.
Bio-energetische vloeistof – energiestroom die afkomstig is van een weefsel
of orgaan (bijvoorbeeld warmte).
Cachexie – terminale toestand van verzwakking.
Dysbacteriose – abnormale ontwikkeling van bacteriën.
Dysmetabolisme – gewijzigd metabolisme.
Empyeem – infectie, pusophoping in een lichaamsholte.
Ens morbi – ziekte-entiteit.
Epitheel – weefsel dat de organen en levende weefsels bekleedt.
Fagocytose – celactiviteit van assimilatie/opname van externe corpusculaire
elementen.
Fytofarmaceuticum – plantaardig geneesmiddel.
Fytopathologie – studie van de ziekten in de plantenwereld.
Gen – groep uit DNA samengestelde moleculen met daarin de erfelijke eigenschappen
van een soort.
Genetica – onderdeel van de biologie dat de genen bestudeert.
Heteroplastische verspreiding – dit verwijst naar cellen die niet aanwezig
behoren te zijn in het onderzochte weefsel.
Heterotroof – dit verwijst naar een organisme dat afhankelijk is van gebruiksklare
voedingsstoffen, dat wil zeggen dat het deze niet zelf kan samenstellen.
Holistisch – synergetische benadering die behandelt op basis van de gecombineerde
fysieke, emotionele en spirituele aspecten van de gezondheid en de ziekte van
de mens.
Homeostatisch – wat het interne evenwicht bewaart.
Hyfen – schimmelceleenheden.
Hyperchloorhydrie – verhoogd zoutzuurgehalte van het maagsap.
Hyperplasie – abnormale celtoename.
Hyperpyrexie – hoge koorts.
Immunosuppressie – onderdrukking van de natuurlijke immuunreactie van
het organisme; dit kan worden veroorzaakt door chemische, emotionele, energetische
of andere factoren.
Kwantumfysica – tak van de natuurkunde die de energetische kenmerken van
materie op subatomisch niveau bestudeert.
Metabolisme – energetisch-chemische activiteit van het organisme.
Metafysica – leer over de eerste beginselen van het leven, buiten de zintuiglijke
waarneming om.
Metastase – kankermassa’s die zich ontwikkelen, verspreiden zich
vanuit een primaire tumor. Uit het Grieks: metastasis = wat daarna komt.
Multifactoriëliteit – meervoudige causaliteit, samenwerking van veel
factoren.
Mycete – schimmel.
Natriumbicarbonaat – chemische verbinding die bij de Simoncini-behandeling
wordt gebruikt om de schimmelmassa’s, die kanker veroorzaken, uiteen te
doen vallen.
Neurotrope virusziekte - neurale aandoening die het zenuwstelsel aantast.
Nosologie – classificatie van de ziekten.
Noxa – ziekteoorzaak/schadelijkheid.
Parenchymateus – wat deel uitmaakt van de materie van een orgaan.
Pathogeen – wat de ziekte veroorzaakt.
Pleurodese – operatie aan de pleura.
Polymorfisme – kwaliteit van een organisme dat verschillende vormen aanneemt.
Port-a-cath – klein onderhuids apparaatje dat op een aderkatheter wordt
aangesloten.
Psoriasis – huidziekte die wordt gekenmerkt door vlekken met daarop droge
en witachtige huidschilfers.
Saprofyt – micro-organisme dat zich voedt met stoffen die in ontbinding
zijn.
Selectieve arteriografie – radiologische methode om met een daartoe bestemd
instrument, een zogeheten angiograaf, specifieke slagaders in beeld te brengen.
Steatose – vervetting.
Wezensgelijkheid – het kenmerk dat iets dezelfde essentie heeft.
Candida Albicans
foto: nigms.nih.gov
Quote: kankertherapie - De natriumbicarbonaat is effectief omdat het een anti-schimmel
stof is en de schimmels dood
BEHANDELING MET NATRIUMBICARBONAATOPLOSSINGEN
LONGTUMOR
Dit neoplasma reageert doorgaans erg goed op de behandeling met natriumbicarbonaatoplossing
van 5% door middel van een transcardiale arteriografische katheter die wordt
aangebracht in de betrokken longslagader waardoor de optimale toediening van
de doses tegen de aanwezige massa of massa’s mogelijk is.
Een cyclus van acht tot negen dagen is voldoende om de aandoening te blokkeren
of te doen afnemen. Wanneer de massa echter ook aanwezig is in het bronchiale
lumen, dient er een cyclus te worden geprogrammeerd van ten minste vier tot
vijf bronchoscopieën via welke 30 tot 50 cc bicarbonaatoplossing in de
luchtpijptak wordt gefiltreerd, die er niet uit wordt gehaald. Reeds na de eerste
behandeling kan een afname van de stenose en van het bronchiale oedeem worden
waargenomen, wat leidt tot duidelijke verbeteringen op symptomatologisch vlak.
Afgezien van eventuele generieke symptomen die verband houden met de toediening
van bicarbonaat, wordt de behandeling altijd goed verdragen en geeft geen problemen,
behalve wanneer het hyperbasische milieu vanwege de infusies, vooral bij zeer
verzwakte patiënten, leidt tot de ontwikkeling van bacteriële stammen
waarvoor een onmiddellijke antibioticumbehandeling nodig is.
In het geval dat ook het borstvlies of andere organen zijn aangetast, dienen
de specifieke antitumorbehandelingen voor elke anatomische locatie te worden
uitgevoerd.
BORSTKANKER
Als deze klein is, kunnen alleen diepe infiltraties rond de laesie volstaan.
Deze worden uitgevoerd onder plaatselijke verdoving, in combinatie met een intraveneus
infuus van 400-500cc om de dag gedurende een maand. Als de massa groot is, moet
er tevens een katheter worden aangebracht in de interne borstslagader, waarin
de natriumbicarbonaatoplossingen van 5%, in cycli van zes tot zeven dagen, rechtstreeks
op het neoplasma worden toegediend.
Afgezien van een lichte pijn, is er geen sprake van grote bijwerkingen. Zoals
blijkt, gaat het hier om onschuldige methoden die snel doeltreffend zijn, die
een chirurgische ingreep kunnen voorkomen en die altijd en hoe dan ook moeten
worden geprobeerd, ook indien men twijfels heeft over het eindresultaat, omdat
ze in korte tijd tot een positieve respons leiden zonder andere therapeutische
benaderingen eventueel in gevaar te brengen.
Het wordt echter gecompliceerder wanneer er andere gemetasteerde organen zijn
waarbij er extra behandelingen nodig zijn voor de gekoloniseerde weefsels en
die elke mogelijke toekomstige gunstige ontwikkeling compliceren. Maar ook als
er sprake is van een diffuse neoplastische aandoening, verzacht de behandeling
met bicarbonaat de pijnsymptomen en paraneoplastische symptomen, zodat zowel
de kwantiteit als de kwaliteit van het leven van de patiënt wordt vergroot.
Wanneer een patiënte twijfelt over wat er moet gebeuren of wanneer zij
geneigd is een gedeeltelijke of totale chirurgische ingreep te ondergaan, is
het in elk geval altijd goed om de behandeling met natriumbicarbonaat via infuus
en via de mond te doen, omdat dit de metastasering van andere organen (hersenen,
lever, botten), wat vaak voorkomt bij dit type neoplasma, kan voorkomen en tegengaan.
DARMKANKER
De keuze voor de uit te voeren behandeling met natriumbicarbonaat hangt af van
twee factoren: de omvang van de massa en de mate van infiltratie van de darmwand.
In het geval dat het neoplasma, ongeacht zijn vorm, zich geheel binnen in de
darmholte bevindt, is coloscopie de meest doeltreffende methode om dit te bestrijden.
Hiermee kan 150-200 g natriumbicarbonaat in 2 liter lauw water worden toegediend
tot aan de ileocaecale klep.
Ook indien er binnen enkele dagen sprake is van een duidelijke regressie van
de massa’s, moeten er gedurende een periode van drie tot vier weken nog
zeven tot negen sessies worden gepland, waarbij er rekening mee moet worden
gehouden dat de eerste dicht bij elkaar moeten liggen voor een onmiddellijk
effect en dat de laatste ter consolidering zijn.
Indien de tumor door de darmwand heen is gedrongen of indien er sprake is van
levermetastasen, moeten ook deze organen specifiek worden behandeld.
Tijdens of na elke sessie met bicarbonaatzouten kan er diarree van voorbijgaande
aard optreden. De behandeling hoeft hiervoor niet te worden onderbroken; er
kunnen hooguit enkele rustdagen worden ingelast.
Tot bepaalde afmetingen, dat wil zeggen als de tumor de darmholte niet volledig
is binnengedrongen tot subocclusie of occlusie aan toe, is de endoscopische
behandeling bijzonder effectief om de massa’s terug te dringen.
In de gevallen waarbij er echter sprake is van een grenssituatie of de aanwezigheid
van andere, synchrone tumoren, dat wil zeggen in andere delen van de darm die
erg moeilijk te bereiken zouden zijn na het overwinnen van de eerste massa,
moet er een behoudende chirurgische ingreep worden uitgevoerd die zorgt voor
kanalisatie tot aan de anus.
Dit is mogelijk door terminoterminale of laterolaterale anastomose van de geresecteerde
stompen, die vervolgens tijdens de operatie of via postchirurgische drainage
worden behandeld met locoregionale toedieningen van natriumcarbonaat, zodat
de vorming van eventuele lokale recidieven of leverrecidieven wordt verhinderd.
Op het moment dat de weefsels kwetsbaarder zijn bij de littekens waar de reactiviteit
gelijk is aan nul, of op het vlak van de lever vanwege de toxische effecten
van de anesthesie, voorkomt de dekking met bicarbonaat dat de schimmels opnieuw
ontkiemen, wat in de meeste gevallen leidt tot een hervatting van de ziekte
die onmogelijk onder controle kan worden gehouden. De indicaties voor de preventie
in dit geval zijn dan dezelfde als bij de behandeling van buikvliescarcinomatose.
MAAGKANKER
Een van de gemakkelijkst te behandelen tumoren is die van de maag, vanwege de
gemakkelijk via orale weg bereikbare locatie. Patiënten die ik twintig
jaar geleden heb behandeld, hebben nog lang geleefd, zonder verminkingen. Enkele
van hen, onder wie een familielid, leven ook nu nog.
Toediening: 1 lepeltje natriumbicarbonaat in een glas water, een halfuur vóór
het ontbijt en vóór het avondeten gedurende vijftien dagen, vervolgens
alleen ’s ochtends gedurende nog eens dertig dagen, waarbij ervoor moet
worden gezorgd dat de patiënt alle mogelijke houdingen aanneemt (op de
buik, op de rug en op de zij), zodat de zouten in contact kunnen komen met het
gehele slijmvlies van het orgaan.
Het kan soms gebeuren dat het tweemaal daags toedienen diarree veroorzaakt.
Dit probleem kan doorgaans worden opgelost door de avonddosis over te slaan.
Over het algemeen verdwijnt na vijf tot tien dagen het bloed uit de ontlasting,
begint de spijsvertering weer normaal te worden en neemt het zware gevoel af,
met als gevolg dat de patiënt al snel in gewicht aan kan komen.
Dit is allemaal dus vrij eenvoudig wanneer het neoplasma, ook als dit groot
is, beperkt blijft tot de maagwand en enkele lymfeklieren eromheen.
Maar in het geval dat het gaat om een aanzienlijke verspreiding in de aangrenzende
structuren, vooral in de ligamenten, wordt maagkanker, doordat deze onmogelijk
volledig bereikt kan worden, bijzonder moeilijk uit te roeien.De koloniën
die niet in contact komen met het bicarbonaat in de maag, fungeren dan namelijk
als verzamelplaats voor een sterkere proliferatie op die plaatsen waar ze niet
kunnen worden aangevallen.Zij worden de referentieopstelling voor alle andere
en worden in de strijd om overleving gesteund door de biochemisch solidaire
elementen die de basis vormen voor de vorming en progressie van de massa’s.
Om dit concept te begrijpen, moeten we ons een groot web voorstellen dat bestaat
uit grote aggregaten op de hoekpunten en rechtlijnige verbindingselementen die
deze met elkaar verbinden en die fungeren als communicatiewegen tussen de cellen.
Wanneer een element, een aggregaat of een groot deel van de structuur wordt
aangevallen, worden de alarmsignalen van de meest blootgestelde koloniën
doorgegeven aan de koloniën die buiten de invloedssfeer van een toxische
substantie blijven. Dit gebeurt op een zodanige wijze dat de verdedigingsreacties
in werking kunnen worden gesteld en zij zonder beperkingen groter kunnen worden.
En dat niet alleen, want via het poreuze celnetwerk vindt er tevens een verplaatsing
plaats van elementen uit de kern van elke cel naar de locatie waar geen gevaar
is, met als resultaat dat en grotere concentratie van edele reproductieve structuren
ongestoord kan werken en ook de tijd heeft om in genetisch opzicht te veranderen
al naar gelang het soort schadelijke stof.
Zo wordt elke vorm van weerstand ontwikkeld tegen geneesmiddelen en andere verbindingen,
met inbegrip van bicarbonaat, ook al moet voor dit laatste de aanpassing worden
gezien als een weerstand tegen de lage doses die bij de behandeling worden gebruikt.
Het biologisch actieve netwerk verklaart dus de verschijnselen van communicatie
en bescherming tussen aggregaten, cellen en sporen, ook wanneer deze zich ver
van elkaar af bevinden. Dit verklaart tevens het mechanisme van de metastasen,
die niets anders zijn dan nieuwe schimmelmassa’s die een orgaan hebben
gekoloniseerd, nadat ze uit de moederhaard zijn vertrokken en daardoor zijn
gevoed.
Als we veronderstellen dat het web zich heeft verspreid en veel organen heeft
verzwakt, rijst de vraag waarom metastasen zich in gradaties voordoen, eerst
in het ene orgaan en dan in een ander, en nog een ander enzovoort. De verklaring
ligt in het feit dat, zolang een weefsel intact en krachtig, oftewel reactief
is, een schimmelverspreiding niet mogelijk is; wanneer dit echter om de meest
uiteenlopende redenen en vanwege het voortschrijden van de ziekte verzwakt,
wordt dit op een bepaald moment makkelijker aanvalbaar en dus koloniseerbaar.
Daarom zijn de belangrijkste oorzaken van metastasering nu juist de officiële
behandelingen, omdat deze de weefsels zodanig letsel toebrengen dat deze weerloos
worden voor de klauwen van de schimmels.
Als we teruggaan naar de maagkanker, wordt het minst toegankelijke punt voor
de behandeling met bicarbonaat gevormd door de ligamenten, waar de verdediging
en de regeneratie van de koloniën begint. Als er naast deze ook andere
organen bij betrokken zijn, vooral de lever, dan wordt alles veel moeilijker.
Een maagtumor moet dus zo snel mogelijk en zo intens mogelijk worden behandeld,
zodat deze volledig en voor eens en voor altijd wordt uitgeroeid, voordat hij
erin slaagt zich te organiseren. Maar door een perigastrische katheter en een
arteriële katheter in de tripus Halleri aan te brengen, via welke rechtstreeks
bicarbonaat kan worden toegediend op de schimmelmassa’s, kan ook in gecompliceerde
gevallen worden gezorgd voor een regressie van de ziekte.
LEVERKANKER
Alle typen levertumor, zowel de primitieve als de metastatische, kunnen met
selectieve arteriografie worden bereikt met behulp van een katheter in de leverslagader
waarmee elke dag 500 cc bicarbonaatoplossing van 5% kan worden toegediend, eventueel
in combinatie met orale toediening.
Er vindt altijd regressie plaats indien er een voldoende hoeveelheid werkzaam
leverparenchym aanwezig is – voor ten minste 30% – ook als er sprake
is van een infectie door een levervirus. De levensverwachting hangt af van de
afmetingen van de massa’s en kan constant toenemen naarmate de behandelingen
door de tijd heen herhaald worden, totdat er sprake is van normale levensomstandigheden.
Normaalgesproken bestaat het behandelschema uit een cyclus via de slagader van
zes tot zeven dagen, die elke drie tot vier weken moet worden herhaald, en waarbij
er in de tussenliggende periodes, op de nuchtere maag tevens een lepeltje bicarbonaat
opgelost in water wordt ingenomen op de rustdag. Hoewel deze zeldzaam zijn,
kunnen tijdens de behandeling de volgende bijwerkingen optreden:
1. Temperatuurstijging tot 38ºC, in sommige gevallen tot 39ºC.
2. Hoofdpijn.
3. Aanvallen van matige hypertensie of hypotensie.
4. Pijn in de leverloge die wordt veroorzaakt door de werking van het bicarbonaat
in aanwezigheid van hemorragische elementen.
5. Urineretentie.
Alle beschreven symptomen die afhangen van het effect van het bicarbonaat, dat
de massa’s meteen uiteen doet vallen, nemen in korte tijd, binnen 30 tot
60 minuten, af met overvloedige orale hydratering of met de toediening van infusen
die de katabolieten verdunnen, dat wil zeggen met een glucoseoplossing van 10%
met toevoeging van kaliumchloride en fysiologische oplossingen.
Naast het genoemde behandelschema kan het, teneinde een massa aan te tasten
die niet snel afneemt, soms goed zijn om rechtstreeks een katheter aan te brengen
in de neoplastische massa waar het natriumbicarbonaat moet worden ingebracht.
Als leverkanker op de juiste manier wordt behandeld, is er in een zeer hoog
percentage van de gevallen (90%) sprake van regressie en liggen ook de percentages
van definitieve genezing hoog (70% tot 80%). Uitzonderingen zijn de gevallen
waarbij het hele of een zeer groot deel van het leverparenchym (het leverweefsel)
is overgenomen door neoplastische massa’s.
gerelateerde links:
leverkanker - behandelingsprotocol
levercarcinoom - klinische casus 1
levercarcinoom - klinische casus 2
levercarcinoom met longmetastasen - klinische casus
CARCINOMATOSE van het BUIKVLIES
Bijna alle neoplasmata in de buik kunnen, vanwege aaneengrenzing of na een chirurgische
ingreep, doordringen in de buikvliesholte en zich langzaam verspreiden in alle
mogelijke richtingen.
Maag, darmen, pancreas, blaas, prostaat, baarmoeder en eierstokken zijn de organen
van waaruit er vaak een verspreiding in de holte plaatsvindt, samen met de eventuele
vorming van ascitesvocht van neoplastische aard.
Wanneer de schimmelkoloniën namelijk eenmaal het buikvliesserum zijn binnengedrongen
en eraan wennen om dit te metaboliseren, staat geen enkel obstakel hun opmars
meer in de weg. Dit leidt tot het verschijnsel van carcinomatose, een aandoening
die buiten het bereik ligt van ongeacht welke conventionele behandeling.
Met de behandelmethode die ik voorstel en die erop is gebaseerd dat de holte
wordt gevuld met bicarbonaatoplossing, kunnen de schimmelmassa’s echter
volledig worden bereikt en dit is zeer effectief bij de vernietiging daarvan.
Deze bestaat uit het aanbrengen van een percutane katheter in de buik via welke
de aangetaste weefsels gedurende ongeveer 30 tot 40 dagen worden omspoeld, nadat
het reeds bestaande vocht is afgevoerd.
Gedurende de eerste drie dagen wordt er 300-400 cc natriumbicarbonaatoplossing
van 5% ingebracht die in de buikvliesholte blijft en de volgende dag, vóór
de nieuwe toediening, wordt afgevoerd. Gedurende de daaropvolgende twaalf dagen
wordt de dosering verlaagd tot 100-200 cc oplossing die één tot
twee uur na de behandeling wordt afgevoerd. Deze procedure wordt vanaf de 15e
tot de 30e –40e dag herhaald met een ritme van één dag wel
en twee dagen niet.
De doses moeten worden gezien als indicaties, omdat deze verschillen al naar
gelang de respons, het lichaamsgewicht en de bijwerkingen die kunnen optreden.
Flatulentie en een vol gevoel – die vaak al bestonden – en al dan
niet hevige pijn zijn vrijwel constante symptomen, vooral in de eerste dagen,
maar deze worden beduidend minder naarmate de behandeling vordert.
Stadia van hypertensie of hypotensie, evenals dorst en gebrek aan eetlust, maken
het beeld van de mogelijke ongewenste bijwerkingen compleet. De meest ernstige
complicatie kan de ontwikkeling van een infectie in de holte zijn, die doorgaans
wordt veroorzaakt door het bij de dagelijkse verzorging niet zorgvuldig omgaan
met de katheter en het verbandgaas. Deze dient onmiddellijk te worden behandeld
met hoge doses intramusculaire antibiotica, zodat deze in korte tijd kan worden
opgelost. Bij carcinomatose van grote omvang moet rekening worden gehouden met
resectie van de massa's met als doel dat de buikholte ‘lichter’
wordt gemaakt en dat de werking van het bicarbonaat doeltreffender wordt.
CARCINOMATOSE van het BUIKVLIES
Bijna alle neoplasmata in de buik kunnen, vanwege aaneengrenzing of na een chirurgische
ingreep, doordringen in de buikvliesholte en zich langzaam verspreiden in alle
mogelijke richtingen.
Maag, darmen, pancreas, blaas, prostaat, baarmoeder en eierstokken zijn de organen
van waaruit er vaak een verspreiding in de holte plaatsvindt, samen met de eventuele
vorming van ascitesvocht van neoplastische aard.
Wanneer de schimmelkoloniën namelijk eenmaal het buikvliesserum zijn binnengedrongen
en eraan wennen om dit te metaboliseren, staat geen enkel obstakel hun opmars
meer in de weg. Dit leidt tot het verschijnsel van carcinomatose, een aandoening
die buiten het bereik ligt van ongeacht welke conventionele behandeling.
Met de behandelmethode die ik voorstel en die erop is gebaseerd dat de holte
wordt gevuld met bicarbonaatoplossing, kunnen de schimmelmassa’s echter
volledig worden bereikt en dit is zeer effectief bij de vernietiging daarvan.
Deze bestaat uit het aanbrengen van een percutane katheter in de buik via welke
de aangetaste weefsels gedurende ongeveer 30 tot 40 dagen worden omspoeld, nadat
het reeds bestaande vocht is afgevoerd.
Gedurende de eerste drie dagen wordt er 300-400 cc natriumbicarbonaatoplossing
van 5% ingebracht die in de buikvliesholte blijft en de volgende dag, vóór
de nieuwe toediening, wordt afgevoerd. Gedurende de daaropvolgende twaalf dagen
wordt de dosering verlaagd tot 100-200 cc oplossing die één tot
twee uur na de behandeling wordt afgevoerd. Deze procedure wordt vanaf de 15e
tot de 30e –40e dag herhaald met een ritme van één dag wel
en twee dagen niet.
De doses moeten worden gezien als indicaties, omdat deze verschillen al naar
gelang de respons, het lichaamsgewicht en de bijwerkingen die kunnen optreden.
Flatulentie en een vol gevoel – die vaak al bestonden – en al dan
niet hevige pijn zijn vrijwel constante symptomen, vooral in de eerste dagen,
maar deze worden beduidend minder naarmate de behandeling vordert.
Stadia van hypertensie of hypotensie, evenals dorst en gebrek aan eetlust, maken
het beeld van de mogelijke ongewenste bijwerkingen compleet. De meest ernstige
complicatie kan de ontwikkeling van een infectie in de holte zijn, die doorgaans
wordt veroorzaakt door het bij de dagelijkse verzorging niet zorgvuldig omgaan
met de katheter en het verbandgaas. Deze dient onmiddellijk te worden behandeld
met hoge doses intramusculaire antibiotica, zodat deze in korte tijd kan worden
opgelost. Bij carcinomatose van grote omvang moet rekening worden gehouden met
resectie van de massa's met als doel dat de buikholte ‘lichter’
wordt gemaakt en dat de werking van het bicarbonaat doeltreffender wordt.
MILTKANKER
Ook hiervoor dient de arteriografische behandeling te worden gebruikt, ook al
zijn de bijwerkingen hierbij soms veel vervelender dan bij de milt. Tijdens
de eerste infusies worden de verschijnselen van misselijkheid en een zwaar gevoel
namelijk veel sterker, evenals de pijnreactie op het moment van de infusie in
de pancreasslagader. Dit komt door zijn kleine doorsnede die een reactie teweegbrengt,
omdat deze kortstondig gedwongen wordt uitgerekt.
Een positief element van de reactie, dat duidt op de plotselinge gevoeligheid
van de koloniën voor het natriumbicarbonaat, bestaat uit de onverwachte
afname van pijnverschijnselen die dorsaal te voelen waren. Soms wanneer er chirurgische
ingrepen zijn uitgevoerd of door de werking van de gal, kan er sprake zijn van
afwijkende vasculaire omstandigheden; in dat geval kan de behandeling door middel
van arteriografie niet zo doeltreffend zijn. Wanneer de koloniën zijn doorgedrongen
in de aangrenzende weefsels of in de lever, moet er ook voor deze pathologische
condities een specifieke behandeling worden uitgevoerd.
PANCREASTUMOR
Ook hiervoor dient de arteriografische behandeling te worden gebruikt, ook al
zijn de bijwerkingen hierbij soms veel vervelender dan bij de milt. Tijdens
de eerste infusies worden de verschijnselen van misselijkheid en een zwaar gevoel
namelijk veel sterker, evenals de pijnreactie op het moment van de infusie in
de pancreasslagader. Dit komt door zijn kleine doorsnede die een reactie teweegbrengt,
omdat deze kortstondig gedwongen wordt uitgerekt.
Een positief element van de reactie, dat duidt op de plotselinge gevoeligheid
van de koloniën voor het natriumbicarbonaat, bestaat uit de onverwachte
afname van pijnverschijnselen die dorsaal te voelen waren. Soms wanneer er chirurgische
ingrepen zijn uitgevoerd of door de werking van de gal, kan er sprake zijn van
afwijkende vasculaire omstandigheden; in dat geval kan de behandeling door middel
van arteriografie niet zo doeltreffend zijn. Wanneer de koloniën zijn doorgedrongen
in de aangrenzende weefsels of in de lever, moet er ook voor deze pathologische
condities een specifieke behandeling worden uitgevoerd.
BLAASTUMOR
De therapeutische aanpak hangt af van de anatomische configuratie van de neoplastische
invasie, dat wil zeggen of de tumor beperkt is tot de interne wanden, of dat
deze is doorgedrongen tot in de bekkenholte. Indien er sprake is van oppervlakkige
of gedeeltelijk doorgedrongen carcinomen is het voor het behalen van bijna altijd
zeer positieve resultaten voldoende om bicarbonaatoplossingen rechtstreeks in
de blaas toe te dienen via een blaaskatheter, gecombineerd met een orale behandeling
van één lepeltje in een glas water op de nuchtere maag. Ook in
het geval van grote uitstekende massa’s, wordt doorgaans na twee tot drie
dagen een vermindering van de pijnsymptomen waargenomen en verdwijnen voorvallen
van hematurie, voor zover hier sprake van was.
Dosis: 150-200 cc via katheter gedurende vier achtereenvolgende dagen, vervolgens
om de dag gedurende twee weken en dan nog één dag wel en twee
dagen niet gedurende nogmaals twee weken, waarbij er moet worden gezorgd voor
een onderbreking van één of meer dagen wanneer er pijnverschijnselen
of duidelijke verschijnselen van erytrocytaire diapedese optreden.
Het blaasepitheel – dat heeft geleden onder de aandoening of onder vroegere
endoscopische instillaties met mitomycine of andere geneesmiddelen – heeft
namelijk, vanwege zijn aangetaste toestand, bijzondere aandacht nodig. Dit betekent
in de praktijk een constante therapeutische modulatie afhankelijk van de persoon.
In het geval dat de tumor is doorgedrongen in het bekken wordt zowel selectieve
arteriografie als een buikkatheter voorgeschreven, via welke de massa’s
op een concentrische en definitieve manier worden aangevallen. Soms kunnen er
ook neoplasmata aanwezig zijn in de urinebuizen, waarbij perfusie met natriumbicarbonaatoplossingen
via de blaaskatheter erg moeilijk is.
In dit geval kunnen door het aanbrengen van een percutane katheter in de betreffende
urinebuis, oftewel een nefrostomie, de massa’s worden bereikt en vernietigd
die aan de werking van het natriumcarbonaat waren ontkomen.
Blaastumoren zijn erg gevoelig voor de werking van natriumbicarbonaat en er
is hierbij vrijwel altijd sprake van regressie van de massa’s.
PROSTAATTUMOR
Als er geen chirurgische ingreep heeft plaatsgevonden, kan er in eerste instantie
geprobeerd worden om het neoplasma te behandelen door een katheter in de urinebuis
aan te brengen zodat de zoutoplossingen zich via de buizen kunnen verspreiden
in de prostaatkwabben. Dit kan eventueel worden gecombineerd met periglandulaire
infiltraties die transrectaal kunnen worden uitgevoerd met behulp van zeer lange
naalden, zoals naalden die worden gebruikt voor een vruchtwaterpunctie.
Daar waar de massa niet adequaat kan worden behandeld, of bij aanwezigheid van
postchirurgische recidieven, is de rechtstreekse toediening van natriumbicarbonaat,
die moet worden herhaald in cycli van zes tot acht dagen per maand, in de schaamslagader
doorgaans bijzonder doeltreffend.
Indien er sprake is van een bijkomende invasie van de bekkenholte kan hetzelfde
behandelschema worden gebruikt als bij buikvliescarcinomatose, dat wil zeggen
met behulp van een katheter die in de buik, vlak bij de massa wordt aangebracht.
Voor eventuele botmetastasen is echter een totaal andere therapeutische aanpak
vereist die afhangt van het aantal en de plaats van de laesies.Als het er niet
veel zijn, is het goed om voor elk daarvan een gerichte bestralingscyclus te
programmeren die echter wordt ondersteund door de toediening van infusies van
500 cc natriumbicarbonaat na elke sessie, met het doel om een verdere ontkieming
en verspreiding van de schimmelcellen tegen te gaan.
Elke behandeling met fysieke middelen die neoplastische materie vernietigt,
brengt namelijk de gelijktijdige vernietiging van een deel van de weefsels van
de gastheer met zich mee. En het is juist deze celsterfte die als lokaas en
reddingsboei dient voor de schimmelcellen die weten te overleven door zich te
voeden met de weefsels in ontbinding.
Om deze reden mislukken radiotherapie, lasertherapie of thermoablatie meestal,
omdat ze rondom het behandelde gebied celeenheden achterlaten die in staat zijn
om na beëindiging van de behandeling de proliferatie sterk te hervatten.
Hier ben ik van overtuigd, omdat ik het gedrag van schimmelkoloniën uitgebreid
heb bestudeerd, vooral in de eerste jaren waarin ik mijn behandelmethode toepaste.
Bij epitheeltumoren heb ik soms ook geprobeerd om deze weg te branden met gloeiend
hete ijzeren instrumenten die veel groter waren dan hun afmetingen. Dat was
zinloos; 10 tot 20 minuten na de behandeling vond ik de schimmelcellen terug
aan de rand van de brandwond en deze waren sterker dan ooit.
In dit geval kunnen door het aanbrengen van een percutane katheter in de betreffende
urinebuis, oftewel een nefrostomie, de massa’s worden bereikt en vernietigd
die aan de werking van het natriumcarbonaat waren ontkomen.
Blaastumoren zijn erg gevoelig voor de werking van natriumbicarbonaat en er
is hierbij vrijwel altijd sprake van regressie van de massa’s.
BORSTVLIESTUMOR
Primaire of secundaire pleuraneoplasmata zijn een van de gemakkelijkste om te
behandelen met mijn behandelmethode. In vrijwel alle behandelde gevallen was
er sprake van volledige regressie van de aandoening, mits er geen pleurodese
is uitgevoerd.
Methode: na het aanbrengen van een intrapleurale katheter onder echografische
begeleiding en na afvoer van het aanwezige vocht, wordt er 150-200 cc in de
holte toegediend gedurende drie achtereenvolgende dagen en daarna om de dag
gedurende twaalf dagen. Vanaf de 15e tot en met de 30e dag, 100-150 cc die na
één uur moet worden afgevoerd, één dag wel en twee
dagen niet.
Normaalgesproken verdwijnt reeds na de vierde of vijfde dag de hemothorax, indien
deze aanwezig was, en na tien tot vijftien dagen is het, behalve in zeldzame
gevallen, niet meer mogelijk om vocht op te zuigen: het borstvlies is weer normaal.
Er dient veel voorzichtigheid in acht te worden genomen bij het aanbrengen van
het gaas en de katheter, die zeer gevaarlijke bronnen van infectie en van pleuraal
empyeem kunnen zijn. Dit kan eveneens gebeuren in het geval dat er te hoge doses
zouten worden toegediend.
TUMOR in de BOVENSTE en ONDERSTE LEDEMATEN
Er bestaat een grote variëteit aan tumoren, zowel primaire als metastatische,
die zich ontwikkelen in de bovenste en onderste ledematen. Osteosarcomen, Ewing-sarcomen,
chondrosarcomen en andere zijn vooral pathologieën bij jongeren, terwijl
de metastatische zich vooral voordoen bij een pathologie van volwassenen.
Om deze te proberen te vernietigen, worden er oplossingen van natriumcarbonaat
van 5% toegediend, in doses die afhangen van het gewicht van de patiënt,
door middel van de katheterisatie van de slagaders die naar de betreffende ledematen
lopen. Alle massa’s die zich onder het punt van infusie bevinden, verdwijnen
doorgaans vrijwel volledig, ook al zijn in enkele gevallen de effecten van de
behandeling pas na drie tot vier maanden zichtbaar, dat wil zeggen wanneer de
verschijnselen van reabsorptie en hermodellering van de weefsels bijna voltooid
zijn.
Het enige concrete probleem bij deze behandeling is dat de slagaders van een
jonge patiënt een kleine doorsnede hebben, zodat elke keer bij de toediening,
de belasting en uitrekking van de vaatzenuwen leiden tot constante pijn –
ook al is deze van voorbijgaande aard en treedt deze alleen op tijdens de periode
van infusie – waardoor de behandeling soms gedurende één
of twee dagen moet worden onderbroken.
Voor wat betreft de botmetastasen kunnen de pijnsymptomen vrijwel volledig verdwijnen
door middel van directe percutane infiltraties in elke afzonderlijke laesie,
die kunnen worden uitgevoerd door een punctienaald in contact te brengen met
het bot.
HERSENKANKER
Met betrekking tot hersentumoren kan ik je zeggen wat ik denk en wat mijn ervaring
is, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat er verdere controles
en onderzoek moeten worden uitgevoerd ter optimalisering van een behandeling
die, naar mijn mening, erg doeltreffend kan zijn in ongeacht welk therapeutisch
opzicht.
• 1) Omdat de hersenen erg goed doorstroomd zijn en een zachte structuur
hebben, leidt een goede verspreiding van natriumbicarbonaat vaak tot een afname
van zowel primaire als metastatische neoplastische massa’s. Deze laatste
nemen doorgaans als eerste af omdat de schimmel, die afkomstig is uit andere
anatomische gebieden en dus niet volledig gewend is om hersenweefsel te ‘eten’,
gemakkelijker kan worden gedood en uitgeroeid.
• 2) De grens van een goede reactie op de behandeling schommelt rond 3-4
cm. Boven die waarde nemen de moeilijkheden van regressie evenredig toe. De
behandeling moet langer worden uitgevoerd en de concentratie van de oplossingen
moet worden verhoogd (van 5% naar 8,4%).
• 3) Uitgaande van het feit dat neoplastische schimmelkolonies die worden
behandeld met natriumbicarbonaatoplossingen vanaf de 3e of 4e dag afnemen en
vanaf de 4e of 5e dag ‘bezwijken’, is het goed om dagelijks een
infuus van 500 cc van 5% toe te dienen gedurende 6 achtereenvolgende dagen.
Vervolgens wordt er een pauze van 6 dagen ingelast en wordt de cyclus nog eens
drie maal herhaald. Na de 42 dagen van behandeling is het goed om een MR-controle
of een CT-scan uit te voeren. Indien de massa groter is dan 3-4 cm of indien
er sprake is van meerdere knobbeltjes, is het goed om een infuus van 5% af te
wisselen met een infuus van 8,4%.
• 4) Voorzorgsmaatregelen: het is beter om de eerste cyclus volledig met
5% uit te voeren om goed te kunnen bekijken welke eventuele reacties de patiënt
vertoont bij de natriumbicarbonaatinfusies. Deze kunnen doorgaans bestaan uit
een sterk gevoel van dorst en een grote vermoeidheid; soms ook uit aanvallen
van hoofdpijn. Voor de rest doen er zich bijna nooit andere soorten stoornissen
voor. Om de beschreven symptomen te verzachten kan er kaliumchloride worden
toegediend, oraal of via een infuus met fysiologische oplossing (1 ampul van
10 mEq).
•
Indien de hersentumor groter is dan 4 cm kan eerst worden geprobeerd om deze
te behandelen met een volledige cyclus (42 dagen) met natriumbicarbonaat om
te zien of deze afneemt en om de andere delen van de hersenen te reinigen van
eventuele kleinere massa’s, die al dan niet zichtbaar zijn.
Indien er onvoldoende reactie plaatsvindt en er gekozen wordt voor een chirurgische
ingreep, is het volgens mij altijd belangrijk om te proberen de neoplastische
schimmelkolonies zo veel mogelijk te vernietigen met natriumbicarbonaatoplossingen,
opdat er na de operatie een volledige genezing kan optreden.
In de praktijk zou het natriumbicarbonaat moeten worden toegediend vóór,
tijdens en na de hersenoperatie, oftewel als neoadjuvante, intraoperatieve en
adjuvante behandeling.
Ik geloof dat, als deze methode consequent wordt toegepast, de statistieken
met betrekking tot overlijden vanwege glioblastoom volledig zouden worden omgekeerd.
Waar nu 90% van de patiënten binnen één jaar overlijdt, zou
het omgekeerde resultaat kunnen worden bereikt van een sterftecijfer van 10%.
Met betrekking hiertoe gelden voor de neoadjuvante en adjuvante behandeling
dezelfde indicaties als voor de behandeling zonder chirurgische ingreep (6 dagen
wel en 6 dagen niet gedurende 4 cycli). Voor wat betreft de intraoperatieve
behandeling wordt een krachtige sterilisatie verkregen met de rechtstreekse
toediening van natriumbicarbonaat op het te opereren gebied; dit dient langer
dan 6 minuten in contact te blijven met het weefsel, want na die tijd kunnen
de kolonies niet meer overleven.
HUIDTUMOREN
Alle huidtumoren worden altijd veroorzaakt door een schimmel, candida, die eraan
gewend is om de voornamelijk eiwithoudende bestanddelen van de opperhuid te
metaboliseren en daarom slechts zelden kan worden behandeld met bicarbonaatoplossingen.
Voor epitheliomen, basiliomen en melanomen bestaat de behandeling bij voorkeur
uit jodiumtinctuur van 7%, waarmee de eiwitten van de schimmellichamen worden
afgebroken zodat ze binnen korte tijd definitief vernietigd worden. Wanneer
de laesies vrij klein zijn, moeten ze twee maal per dag gedurende vijf dagen
10, 20 of 30 keer worden ingesmeerd met de tinctuur en vervolgens nog één
keer gedurende nog eens tien dagen, zodat ze erg donker worden. Wanneer zich
een korst heeft gevormd die uit het epidermale vlak omhoog is gekomen, moet
men daar boven- en onderop blijven smeren, ook wanneer er in het begin een sterke
pijn wordt gevoeld.
Wanneer dezelfde handeling wordt herhaald bij een volgende korst die zich vormt,
kan de laesie als vernietigd worden beschouwd, omdat het na drie cycli is gelukt
om door te dringen in het centrum van het neoplasma, waar de koloniën meestal
tot het uiterste weerstand bieden.
Bij grote tumoren moet er, vóór de behandeling met jodiumtinctuur,
een cyclus van onderhuidse infiltraties met natriumbicarbonaat van 5% worden
uitgevoerd, dat wil zeggen onder de laesie, met het doel om de eventuele invasie
los te maken van de diepere lagen en van de basale membraan. Als dit niet wordt
gedaan, bestaat het gevaar dat de schimmel die op oppervlakkig niveau wordt
vernietigd, zich beschermt door naar die niveaus te gaan waar een definitieve
werking van de tinctuur niet mogelijk is.
In het geval dat de tumor een gebied is binnengedrongen dat de overgang vormt
tussen huid en slijmvlies, zoals de anus, de oogleden, de vagina of de mond,
moet het slijmvliesgedeelte eerst behandeld worden met bicarbonaat en wanneer
de koloniën daar zijn geëlimineerd, moet vervolgens de huid worden
behandeld met jodiumtinctuur.
Het is hierbij goed te vermelden dat hetzelfde type behandeling moet worden
gebruikt voor psoriasis en de erkende schimmelaandoeningen.
Het verschil tussen huidmycoses, psoriasis en tumoren bestaat namelijk alleen
uit een verschil in agressiviteit en daarmee in diepte van worteling, omdat
de veroorzakende agens altijd dezelfde is: een schimmel. Soms kunnen er voor
de behandeling ook andere corrosieve zouten gebruikt worden, al naar gelang
de plaats op het lichaam. Het staat wel vast dat zalf en huidlotions slechts
zelden doeltreffend zijn.
OROFARYNXKANKER
Dankzij de gunstige anatomische locatie die van buitenaf gemakkelijk bereikbaar
is, is een perfusie van de neoplastische massa’s in de mond, op de tong,
op het gehemelte en in de farynx gemakkelijk uit te voeren met zeer geconcentreerde
natriumbicarbonaatoplossingen die worden gemaakt met anderhalf lepeltje van
de substantie in een glas water. De behandeling moet twee maal per dag gedurende
een periode van tien dagen worden uitgevoerd en vervolgens dagelijks worden
herhaald gedurende nogmaals tien dagen.
Na een onderbreking van een week kan de behandeling worden herhaald indien er
nog steeds een klein neoplastisch residu aanwezig is.
In het geval dat er zich irritatieverschijnselen voordoen, kan de toediening
van bicarbonaat worden afgewisseld met een rustdag en, bij aanwezigheid van
bloed, met de toediening van natriumchloride, oftewel gewoon zout opgelost in
water. Wanneer de epifarynx of de neusholtes aangetast zijn, is het goed om
inhalaties en conjunctivale druppels voor te schrijven.
Tot zover is de behandeling eenvoudig. Deze wordt gecompliceerd wanneer het
neoplastische proces dieper gaat, dus wanneer dit ruimte inneemt binnen in de
lichaamsstructuren. Doordat deze vanaf oppervlakteniveau niet bereikbaar zijn,
moet er een arteriografische behandeling worden uitgevoerd via de externe halsslagader,
eventueel in combinatie met lokale infiltraties.